Vantevoren vonden
we 12 dagen enigszins aan de lange kant. Maar nu zeg ik dat het het absolute
minimum is om de Galapagos eilanden te bekijken! Na 12 dagen kon ik nog net zo
enthousiast zijn over een spelende zeeleeuw (ook al zie je ze veel meer liggen
slapen) of een langs sjokkende leguaan; je hebt echt het gevoel dat je in een
grote dierentuin bent.
Terzijde, als je ziet hoe de zeeleeuwen zich gedragen
als ze gaan “slapen” ’s nachts, begrijp je ook meteen waarom ze overdag zoveel
slaap moeten inhalen. Een geroep, gegorchel, geblèr, gebijt en gewandel van de
enorme groep zeeleeuwen maakt dat ze ’s nachts nauwelijks een oog dicht doen!
De eilanden staan
op de Unesco werelderfgoederenlijst en zijn sinds 2007 “in gevaar”. Het is een
ongekende prestatie van de overheid dat ondanks de enorme (!) vloed aan
toeristen, waaronder opvallend veel Amerikanen, de eilanden er bij liggen zoals
ze er bij liggen. Zo goed als geen afval in het water (terwijl er vier
oceaanstromen richting de eilanden stromen), veel projecten om de in grote
getalen afgeslachte schildpadden weer terug te brengen en honderden
verschillende bestemmingen waar een georganiseerde tour naar toe gaat. Op de
meeste plekken staan informatieborden,
bescheiden afzettingen waar het nodig is (leef- en broedgebieden) en op
elk eiland is op z’n minst een informatiecentrum. Elk eiland kent een eigen
flora en fauna en dus wordt je tas verzegeld voordat je een ander eiland
verlaat. Het standaard praatje “Geen planten? Geen dieren? Geen zaden?” kon ik na
een tijdje opdreunen voordat de ambtenaar het
deed.
En wat het meeste opvalt is de mentaliteit van de lokale mensen:
afval van bijvoorbeeld een uitheemse fruitsoort als een banaan wordt niet in de
oceaan geslingerd, maar bewaard in een afvalzak en later gescheiden afgevoerd.
De taxichauffeur die ons naar de haven bracht voor een tour toeterde en remde
voor elke kleine vogel op de weg. Nergens zag je de bergen afval die je wel
ziet in steden in de rest van Latijns Amerika, voor zover ik dat heb gezien nu.
En er waren veel straatvegers voor het weinige afval dat wel per ongeluk op
straat belandde.
Over die
vogeltjes gesproken; het is heel bijzonder om het fundament van de evolutietheorie
in de praktijk te zien. Volgens Darwin zouden vinken die op een eiland leven
met een specifiek voedsel in overvloed zich aanpassen om dit voedsel zo
eenvoudig mogelijk te krijgen. Dus op het eiland met de harde nootjes
ontwikkelden de vinken een sterke snavel, terwijl op het eiland met de
moeilijker te bereiken insectjes de snavel langer werd. En die vogeltjes
fladderden rond zonder zich echt aan mensen te storen. Vandaar ook dat de
taxichauffeur telkens toeterde, want echt vliegen konden die beesten niet. Kennelijk
was vliegen geen kwaliteit die onderscheid maakte op de eilanden. Of het was de
primaire aanleiding voor deze vogels om het eiland niet meer af te kunnen.
Op een van de
dagen maakten we een wandeltocht naar de krater van een vulkaan. Het is niet
eenvoudig om te beschrijven wat een omvang zoiets heeft, maar hopelijk dat deze
foto dat kan.
Inmiddels op weg
naar Cusco in Peru, om een ander wereldwonder te bekijken.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten