dinsdag 24 juni 2014

Plaksnorren en maskers; voetbal in Zuid Amerika / Fake moustaches and masks; Football in South America

De Zuid Amerikaanse beleving van voetbal is spreekwoordelijk. Het begint me zo onderhand behoorlijk de neus uit te komen.

Het begon al twee weken voor de eerste aftrap. Een avondvullend praatprogramma met vier volwassenen die elk hun favoriete opstelling mogen presenteren van een bepaald team. Met de nodige discussies ondersteund met visualisaties natuurlijk. Had ik al gezegd dat dit programma avondvullend was?!

Op elke straathoek in Bogota kon je een shirt van Colombia kopen. Dat ze nep waren werd niet eens stil gehouden: de verkopers riepen luidkeels “replica” en dan hun prijs. Meestal onder de 10 euro. Werkelijk 1 op de 2 mannen en 1 op 4 vrouwen droeg zo’n shirt; ongeacht functie of dienst, iedereen komt weg met het dragen van het nationale shirt in Colombia. Elke bar, elk restaurant en zelfs elke attractie heeft een televisie; of het nou een ouderwetse beeldbuis is, een kleine telefoon, een mini-televisietje met antenne of een grote platte televisie waar de kwaliteit van de uitzending helemaal niet op aansluit.

Dan, de eerste wedstrijd in Bogota vanaf Park 93, waar half de stad zich had verzameld. Ondanks het grote aantal mensen, zat het merendeel keurig in het midden op de grond, zodat alle kleine Colombiaantjes het scherm konden zien. Totdat er een grote Europeaan aankwam natuurlijk. Het park ontplofte toen de eerste goal tegen Griekenland viel. Het feestgewoel druiste nu echt los, en ging door tot in de kleine uurtjes. Let wel, de wedstrijd begon lokale tijd om 11 uur ’s ochtends. Eindresultaat: 10 doden. Voetbal lijkt inderdaad oorlog te zijn.


Het commentaar is zenuwslopend. Elke pass over de middenlijn wordt als een kans gezien en het overspelen wordt begeleid met de naam van de speler. In ongelooflijk rap tempo. En natuurlijk, elke goal wordt onthaald met "Gooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooal de Portugal", ook al viel die treffer van Nani in de 5e minuut en moesten er nog 85 minuten gespeeld worden. Sinds ze daarmee zijn begonnen lijkt het alsof elke goal op die manier een sleutelgoal is die de wedstrijd beslist op een ongelooflijk onverwacht moment, geacteerd of niet. Om gek van te worden!

De tv zenders deden verslag van het feest van de supporters. Het leek wel of ze geen genoeg konden krijgen van de goals, maar dan met name de reactie van het publiek op de goals. Keer op keer werd dezelfde goal getoond, met het publiek op een andere locatie. En ook die locatie-juich werd herhaald. Natuurlijk afgewisseld met een verslaggever op de straat die feestende mensen interviewde. Ik heb zelfs een verslaggever halverwege een interview zien besluiten af te zien van het gesprek en zelf lekker mee te hossen.

In Ecuador, waar we nu zijn, is het niet veel anders. Behalve dan dat niemand echt gelooft in hun eigen team. Nog voor de tweede wedstrijd van de groepsfase liet menig local al merken dat ze een ander team steunen: Duitsland, Brazilië en Nederland hoor je het meest. Ook Ecuador won een wedstrijd en natuurlijk gingen de mensen naderhand de straat op. Nou is het aantal mensen dat op de Galapagos woont niet bijzonder indrukwekkend, toch zorgde het voor heel wat lawaai. De dagen erna (jawel, de DAGEN erna) zagen we op de televisie een reeks meligheden die we in Nederland sinds de jaren ’70 niet meer publiek durven te vertonen. Een verslaggever met pruik en plaksnor, twee verslaggevers met maskers op en een komisch bedoeld nagespeelde voetbalactie, ze kwamen allemaal langs. Natuurlijk afgewisseld met beelden van juichende mensen. En 10 keer herhaald.

Je zou haast vergeten dat we in een ontwikkelingsland zijn...

------English-----------
The South American experience of football is legendary. And it starts to get on my nerves.

It started two weeks prior to the first match. An evening long programme with four adults talking about their favourite starting 11 for a certain team. With the inevitable discussions and supporting visualisations of course. Did I already mention that it was an evening long?!

On every street corner you could buy a shirt of Colombia. That they were fakes did not seem to matter to the vendors; they yelled out loud ‘replica!’ and then the price. Usually not even 10 euro. Literally every second man and every fourth woman wore a shirt like that; regardless of their function or job, everybody pulled it off apparently. Every bar, every restaurant and even every attraction had a television; whether it was an old-fashioned tube, a smartphone, a mini-tv with antenna or a mega flat screen that was way too good for the quality of the broadcast.

Then, the first match in Bogota from Parque 93, where half of the city had gathered. Despite the large number of people there, the majority sat down on the ground, so every little Colombian person could see the screen. Up to the moment a large European showed up. The park exploded when the first goal was scored against Greece. The party now really started and went on until the morning. Please note that the game started at 11 AM local time. End result: 10 dead. Football really seems to be war.

The commentators are insane. Every pass that crosses the middle line is seen as an opportunity and is accompanied with the name of that player. In an insane pace. And of course, every goal is welcomed with a "Gooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooal de Portugal", even though that goal by Nani was made in minute 5, when at least another 85 were to play. Since they started doing that, it seems like every goal is a key goal that finishes the match at an incredibly unexpected moment, acted or not. It drives me crazy!

The tv channels covered the party of the supporters. It looked like they could not get enough of the goals, but especially not from the reactions of the crowds. Time after time the same goal was shown, with crowds of different locations. And even those location-cheers were repeated. Of course interspersed with a reported on the street amongst the partying people. I even saw a reporter stopping halfway his interview, because he decided to mingle and party with the crowd.

In Ecuador nothing is really different. Except for the fact that no one seems to believe in their own team. Even before the second game in the group phase many locals shared their favourite team: Germany, Brazil and The Netherlands I heard the most. Also Ecuador won a match and afterwards there was a… party on the street! A lot of noise from the small community on the Galapagos, where we are at the moment. The days after the game (yes, the DAYS) we saw many things on tv too silly to be true. But they are true. A reporter with a wick and a fake moustache, two reporters each with a funny mask and a re-enactment of a football actions meant to be really funny. Also here of course interspersed with cheering crowds. And repeated 10 times.

One would almost forget that we are in a developing country…

woensdag 11 juni 2014

Wie raakt er nou een hele stad kwijt? / Who loses a whole city?

We zijn zojuist terug gekomen van een wandeltocht naar Ciudad Perdida, ”De Verloren Stad”. Kwijtgemaakt door de de inheemse bevolking van Colombia ergens in de 17e eeuw en pas terug gevonden in 1970, door twee avonturiers uit de moderne wereld. Als ik vroeger is kwijt was, vroeg mijn moeder altijd “Waar heb je het voor het laatst gezien?” en meestal vond ik het dan binnen vijf minuten terug. Maar deze stakkers van de inheemse bevolking niet. Ze wonen nog steeds in de jungle van Colombia op een primitieve wijze, met bijbehorend  gedachtegoed. Vrouwen mogen bijvoorbeeld geen schoenen dragen, omdat dan de voeten niet in direct contact staan met de aarde; dit zou effect hebben op hun vruchtbaarheid. Dat zagen we ook op de dozen staan in hun schoenenwinkel: “Kan de vruchtbaarheid ernstig beïnvloeden”. Wat een tegenstelling met de moderne vrouw die gemiddeld 32 paar schoenen heeft. Het schijnt wel te werken, want de vrouwen uit de jungle waren zo vruchtbaar als de straathonden in Taganga. Kinderen maken doe je niet in het donker, want dan wordt het kind blind. Slapen doen ze op bladeren van de banaanboom in hun hutjes van stroo. Kinderen trouwen op hun 18e en mogen daarna hun haar niet meer knippen. Iedereen loopt dus met hetzelfde kapsel, wat het uit elkaar houden van de individuen nog lastiger maakt; ze zijn namelijk allemaal even klein en lijken allemaal op elkaar. De sjamaan beslist feitelijk alles voor ze, zelfs of ze een boom mogen gebruiken om planken te zagen voor een huisje (of een biljart).

Tegelijk zijn dit de mensen die als enige in de wereld toestemming hebben om coca-planten te verbouwen. Zij gebruiken de blaadjes elke dag als ware het koffie, terwijl de rest van de wereld er wit poeder van maakt en het snuift in de toilet van hun plaatselijke dancing. En dat noemt ons, de moderne mens, “het destructieve kleine broertje” en “van een inferieure cultuur”. Vandaar dat ze hun kinderen leren niets tegen de wandelaars te zeggen behalve “Dat weet ik niet”. Dus op de vraag hoe ze heette, antwoordde een meisje dat ze dat niet wist. Hetzelfde gold voor een meisje dat in een draagzak een kind van ongeveer 1 jaar (maar gezien de geringe lengte van dit volk had het ook gemakkelijk vier jaar kunnen zijn) droeg op de vraag hoe oud ze was. Of ze weten het gewoon echt niet, dat zou kunnen. Hoe dan ook, duidelijk een onderontwikkeld volk dat stijfkoppig vasthoudt aan een gedachtegoed dat al eeuwen van generatie op generatie mondeling is overgedragen en het niet heeft op welke andere cultuur dan ook. Indien iemand het volk verlaat en terug komt, wordt de persoon eerst gestraft en daarna het dorp uitgebonjourt. Nee, lekker bezig, grote ontwikkelde broer... Ik zou ook nooit lachen als ik van jouw volk was.

De verloren stad ligt op 1200 meter hoogte en is eerst door rovers en daarna door echte archeologen bezocht en is inmiddels deels gerestaureerd. De omgeving is ruig en ontzagwekkend. De wandeltocht naar de top was behoorlijk zwaar, omdat we op 200 meter hoogte begonnen en het pad wat pieken en dalen kende; hetzelfde gold dus voor ons energieniveau -  totdat we de cocablaadjes ontdekten. De hitte en de regen tesamen met de inheemse bevolking maakten het tot een onvergetelijke ervaring.








---------English----------------------

We just came back from a hike to the Ciudad Perdida, “The Lost City”. Lost by an indigenous group from Colombia somewhere in the 17th century and rediscovered in 1970 by two adventurers of the modern world. When I lost something as a child, my mum would always say “Where did you see it the last time?” and usually I found it back within five minutes. Not these indigenous dolts. They still live in the jungle of Colombia in a primitive way, with complementary ideology. Women are not allowed to wear shoes for example, because this has an effect on their fertility. That was even stated on the shoe boxes in the indigenous shoe store: “Can affect the fertility dramatically”. What a contrast with the modern woman, who has on average 32 pair of shoes. But it seems to work, because the women from the jungle were as fertile as the stray dogs in Taganga. You do not reproduce in the dark, because then the kid will be born blind. They sleep on banana leaves in their thatched huts. Kids have an arranged marriage when they turn 18 and are not allowed to cut their hair after that. So every adult walks around with the same hair “cut”, which makes it even harder to identify them; they are all as short as the other and the look very much alike. The shaman decides virtually everything, even which tree you may use for your home (or billiard). 

At the same time these people are the only ones in the world allowed to grow coca plants. They use the coca leaves like tea, whereas the rest of the world produces it into a white powder to use in backdoor bathrooms in local bars. And those people call us “the destructive little brother” from a “inferior culture”. That is why they teach the children nothing else but to say “I do not know” to passing hikers. So when someone asked what her names was, a girl replied that she did not know. The same applied to a girl that was wearing a 1-year old (or given the limited height of these people it could easiliy be a 4-year old) in a carrier. Or they really do not know. Nevertheless, obviously they are underdeveloped people, stubbornly clinging to an ideology that has been passed on orally from generation to generation, not liking any other culture but their own. When someone of their own would escape and eventually come back, he or she will be punished and kicked out. Good work, older developed brother! I would also never laugh if I was part of your culture.

The lost city is located on 1200 meters altitude and is first visited by looters before real archaeologists came. At the moment parts of the city has been restored. The scenery is rough and very impressive. The hike to the top was quite tough, because we started at 200 meter altitude and the path had many ascends and descends; similar to our energy level – until we discovered the coca leaves. The heat and the rain together with the ignored indigenous people made it an unforgettable experience.

woensdag 4 juni 2014

Life in the fast lane?

Wachten is een dubbele term in Colombia. Hetzelfde concept heb ik gezien in Mexico. Het overgrote deel van de dingen gebeurt op een laten we zeggen erg ontspannen tempo. Mensen lopen niet bijster hard. Veel mensen zitten lekker op een plastic stoeltje in hun voortuin of gewoon op straat. Relatief kleine huizen in aanbouw zijn volgens mij al maanden in aanbouw; de enige activiteit naast praten en kijken die ik heb gezien bij een huis dat om de hoek wordt gebouwd is het zeven van zand en het wegjagen van de straathonden die de gezeefde hoop als een mooi plekje om te liggen zien. Afspraken maken wordt hier met een korreltje gezeefd zand genomen. 12:30u aanwezig in de duikshop betekent om 13:45u eindelijk richting de boot gaan. Een busje dat langs meerdere hostels rijdt om gasten op te pikken kan je rustig een kwartier laten wachten. Laat staan de tijd die men neemt om wisselgeld te regelen. Want ondanks dat cash koning is hier, is wisselgeld maar sporadisch voor handen. Meestal moet er bij een buurman wat geregeld worden om het wisselgeld voor iets dat met een biljet van 50.000 pesos (ongeveer 20 euro) is betaald te krijgen. In het dorpje Taganga is een tekort aan schoon drinkwater en gezellig wachten bij de gratis algemene watervoorraad is dan ook heel normaal. Een heerlijk rustig leven zonder al te veel opwinding zou je zeggen.

Er zijn echter twee uitzonderingen: winkels en het verkeer.

Het principe van een rij is nooit doorgedrongen tot de kleine winkels op de hoek. Daar leg je de spullen op de toonbank, ongeacht of je aan de beurt bent of niet, een eventueel keurig wachtende buitenlander gniffelend negerend. Daarnaast kan het helpen om de persoon achter de balie te kennen; dan word je sowieoso eerder geholpen. Of ‘even tussendoor’. Het is mij sowieso onduidelijk wie er in de winkel werkt en wie er gewoon rond hangt.

Bij de grote supermarkten is het systeem van één rij voor alle kassa’s ingevoerd. Perfect, een verbetering op de Nederlandse winkels wat mij betreft. Zie ook: https://www.youtube.com/watch?v=F5Ri_HhziI0. Maar de flessenhals is vervolgens de cassière: zij haalt tergent langzaam de producten over de scanner, om daarna alles in plastic zakken te doen. De klant staat rustig te wachten en eventuele kinderen hebben de impulslectuur inmiddels aan rafels gescheurd. Daarna vertelt de cassière wat het eindbedrag is en de klant besluit vervolgens op een bepaalde manier te betalen; ook dat proces is niet feilloos. Gevolg: enorme rijen die maar langzaam opschuiven. Deze week zag ik een vrouw met een paar producten gluren voor een onoplettende medeklant, om haar kontinent tussen te wurmen en daarmee tijd te winnen. Of de vrouw achter mij die verschillende dingen tegen mij aanreed: het karretje maar ook verscheidene lichaamsdelen. Alsof de rij daardoor sneller zou oplossen... Misschien wilde ze me wegjagen.

En dan het verkeer.
Regel 1: als er een gaatje is, dan ga je. Als je daarmee een volledige stroom van auto’s tegenhoudt is dat niet jouw probleem. En omdat iedereen zo denkt, rijdt het voor geen meter door. Inhalen mag rechts en links. Toppunt was een busje dat de rij wachtende auto’s voor een verkeerslicht omzeilde door over een parkeerplaats van een winkel te rijden. De parkeerplaats had een inrit voor het verkeerslicht en een uitrit er achter. Hoppa, geen wachttijd voor deze jongen!
Regel 2: laat horen dat je er aan komt. Of het nou een voetganger, bromfietser, motorrijder of vrachtwagen is: als chauffeur laat je weten dat jij er aan komt en eigenlijk voorrang dient te krijgen.
Regel 3: laat horen dat je staat te wachten. Of het nou voor een politiecontrole is of een  verkeerslicht: als je stilstaat waar je eigenlijk zou moeten kunnen rijden, is er maar één oplossing: de toeter. Net als in Cambodja is een auto niets waard als de claxon het niet doet.
Regel 4: rijd zo hard als je kunt. Je hebt immers veel tijd goed te maken (zie regel 1, 2 en 3). Het liefst met keiharde muziek voor ‘niños malos’, waarbij je alleen stopt om vrienden te begroeten.


Als je de inkopen hebt gedaan en je uit het verkeer bent, is het leven in Colombia heerlijk rustig.