zaterdag 28 maart 2015

Picosol en Pactics:Cambodja

Na de weken in Afrika was het tijd voor een nieuw werelddeel: Azië. Na vijf dagen bij de familie van Tina in Thailand te zijn geweest, reisde ik door naar buurland Cambodja. In dat land wonen twee vrienden die beiden goed werk doen daar. En ik had het voorrecht een bezoek te mogen brengen aan deze twee organisaties.

Romi werkt voor een Non-Goverment Organisation in de buurt van de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh. Deze kleine organisatie ondersteunt de introductie van zonne-energie in ontwikkelingslanden. In Cambodja heeft ongeveer 70% van de bevolking geen toegang tot betrouwbare elektriciteit. Heel praktisch gezegd: er gaan geen kabels van een elektriciteitsbedrijf naar het platteland. Zonnepanelen zijn daarom een uitkomst en Picosol ondersteunt deze zelfvoorzienende vorm van energie. Er is een trainingscentrum waar installateurs worden geleerd hoe ze een paneel en batterij aanleggen. In Cambodja betekent dit dat er ook moet worden verteld hoe je op een veilige manier op een dak moet klimmen. Zonnepanelen zijn duur en voor veel gemeenschappen niet te betalen. Daarom zijn ze bezig met het vinden van oplossingen, waaronder een lamp gemaakt van een PET fles. Zo slaan ze meerdere vliegen in één klap!

Ik heb een computertraining verzorgd aan de medewerkers van Picosol. Een deel van hen komt letterlijk uit het dorp waar de organisatie is gevestigd. Dit betekent dat het onderwijs dat ze hebben gehad niet van een hoog niveau is. Het was mooi om te zien dat Picosol dit soort mensen een kans geeft en hen met geduld de juiste richting in duwt. Ik weet zeker dat dit wordt terugbetaald op de een of andere manier. Het was voor mij de eerste keer dat ik een zakelijk gerichte training gaf op mijn blote voeten gekleed in een korte broek en een maatoverhemd. Het viel me op dat gaandeweg de dag het Engels van de medewerkers steeds beter werd en dat ze allemaal erg gemotiveerd zijn. De afsluitende groepsfoto was er een om in te lijsten (wat je doorgaans ook doet met foto’s). De schoonmaakster/kokkin sprong op mijn rug en twee anderen namen hun eigen bijzondere pose aan. Dat is nog eens wat anders dan een statieportret op een trap.





Het tweede gedeelte van mijn tijd in Cambodja bracht ik door in Siem Reap, een stadje dat elk jaar busladingen toeristen ontvangt vanwege de vele oude tempels die er te vinden zijn. Deze tempels zijn ook daadwerkelijk van ongekende magnitude; de grootste zijn echt indrukwekkend. Dan zijn er nog muren die rondom het tempelterrein staan en de bassins die met de hand zijn gegraven strekken zich kilometers uit. En dat alles voor een of andere koning. J.F.K.A.J. (Jack formely known as Jaap) werkt voor de fabriek Pactics, gelegen aan de Pacticsweg: hoe toevallig! Pactics is een commercieel bedrijf dat op een verantwoordelijke manier producten voor de mode-industrie maakt. De meerderheid van de producten zijn zakjes en doekjes voor zonnebrillen: een product dat ik binnen een week kwijt ben als ik een nieuwe bril koop, maar wel een nog luxueuzer image geeft aan zo’n bril, omdat het merk er op een herkenbare manier op staat.

Terwijl ik in de bezoekersruimte zit te wachten word ik uit mijn concentratie gehouden door het gehuil van baby’s. Niet een heel bekend geluid in een bedrijf, maar een mooi voorbeeld van hoe anders het men het hier aanpakt. De voorziening van een kinderopvang zorgt dat jonge moeders weer snel aan het werk kunnen en de zorg voor hun kinderen gedurende de werkdag aan professionals kunnen overlaten. De medewerkers werken 48 uur per week (standaard voor Cambodja) en aan alles kun je merken dat de directie van de fabriek het belangrijk vindt dat de werkomstandigheden naar behoren zijn: in plaats van een houten kruk krijgt iedereen een in hoogte verstelbare stoel, het salaris is eerlijk en er zijn compensatie- en bonusregelingen en zelfs een jaarlijks personeelsuitje. Het gebouw is zo ontworpen dat de lucht op een natuurlijke manier fris en koel is en er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijk licht. De machines en apparaten moeten voldoen aan strenge veiligheidseisen en er bestaan procedures in het geval er iets mis mocht gaan – ook is er een zuster aanwezig. De medewerkers hebben nette bedrijfskleding aan. De een luistert met een koptelefoon naar muziek en sluit zich daarmee af van zijn of haar collega’s, de ander deelt een tafel met collega’s en kletst aan een stuk door. En weer een ander is doof. Lekker rustig dus. Ook dat is een kenmerk van Pactics: waar gehandicapten in ontwikkelingslanden doorgaans geen enkele kans op de arbeidsmarkt hebben en dus wel gedwongen worden hun handicap te moeten commercialiseren met bedelen, neemt Pactics iedereen even serieus. Zolang je het werk maar kunt doen kan je aangenomen worden. Dus als jongens tegen de heersende cultuur in willen naaien, dan kan dat.

Alles even positief en goed geregeld, en ik weet dat deze mensen een bijzonder goeie kans geboden is (ook getuige de enorme aantallen aanmeldingen als de fabriek weer nieuwe mensen zoekt), maar toch kan ik me niet helemaal losmaken van het eentonige werk dat ze dag in dag uit doen voor een luxe-accessoire van een product dat duurder is dan wat ze per maand verdienen. Uur na uur lappen stof snijden en netjes opstapelen, logootjes schilderen of stansen, kwaliteitscontrole op de millimeter nauwkeurig, doekjes inpakken in een individueel plasticje met een sticker erbij, slingers van zakjes dichtnaaien en tenslotte alles inpakken en verschepen. Er was een man die al vier jaar touwtjes voor de zakjes op maat brandt met een gloeiendhete draad. Het deed me denken aan de twee dagen die ik in een ompakkingsloods heb gewerkt waar dit soort eentonig werk voor oplagen die te klein waren om te automatiseren ook met de hand gedaan. Ik had na twee dagen voldoende motivatie om mijn studie af te maken. Al met al een erg interessant kijkje in het begin van de keten van de mode-industrie.











woensdag 4 maart 2015

Three weeks of Dar es Salaam

After three weeks Dar es Salaam, Tanzania, I can share the following observations.
  • It is extremely warm in the city. Every day it is at least 30, but usually around 35 degrees centigrade, whether it is cloudy or not. A cloud of pollution hovers above the city, but at just 30 minutes traveling there are beautiful islands with crystal blue water. In the evening it is great to be able to walk around in your wife beater.
  • The logic of our hotel is unmatched. There are two types of lights in the ceiling of our room: ordinary bright lights and cozy dim spot lights. These dim spot lights have a separate switch that you can use to make it cozy. However, that switch only functions when the general switch is on. And that triggers the ordinary bright lights at the same time…
  • The general presumption in traffic is that moving is better than standstill. Whether you have to take a detour or not does not matter, even if you will arrive later at that intersection. Or you can cut the corner by passing all the traffic through the side of the road. Nobody seems to care about that.
  • There is no logic in the road quality in the city. It is possible that you drive on a perfect good tarred road onto a messy dusty gravel road. And the tuk-tuks prefer this type of road, because there are fewer traffic jams. That they have to slow down and mess up their suspension does not seem to matter to them. Every driver has his own preferred route to the university. So despite the fact that we have to go to university every day, we experience many different scenes.
  • Cars and buses are in a state that would not be allowed in the early eighties in Europe. The trucks are even worse. No profile on the tires, a fresh cloud of oil behind the vehicle and you can only pray that the brakes function.
  • A pedestrian has zero rights. None whatsoever. When you walk on the sandy side of the road you still have to watch out for a tuk-tuk or motor cycle cutting their routes. When you cross a road no car will even stop for you. When you stand somewhere a car will never change it course, so it is either move or take the hit.
  • Whether there are traffic lights or not, traffic is managed by an officer in a perfect white suit. And this man is treated with respect! And why shouldn’t you, he is standing whole day in the boiling sun.

  • Once we had a tuk-tuk driver with the flag of Saudi-Arabia in the front. When we got in I recognized the flag and mentioned it. Then he asked if I knew what it was. When I explain it, he asked if I was Islamic. He obviously had no idea what flag it was or what the text means, because he was a Christian. He might have simply liked the colour.

  • Men wear jerseys of English football clubs. Otherwise they wear a nice collared shirt with wear and tear spots with pride. The alternative is a really colourful shirt.
  • The people don’t care about working seven long days a week. There are people with a day job and combine it with a job as night security officer; the ideal job to get some sleep. We heard examples of people earning 5 to 60 euros a month. And living in Tanzania is not cheap. Every time a security officers holds the door for me I feel awkward. But they are proud of their job so you shouldn’t take that from them. And you move up when you are a supervisor in this country. Because then you can tell the labour worker what concrete block he can smash to pieces, while watching with crossed arms.
  • Waste bins are considered a waste here. So you simply toss it out of the car.
  • Everything is sold on the street. There are street vendors with covers for steers around their neck while holding merchandise in both their hands. Buckets, plugs, toys, ice cream. And they are not afraid to take a little sprint (in the hot city!) when the traffic starts moving and the sales deal is not closed yet.
  • At university you find yourself surrounded by local fauna: beautiful butterflies, tropical birds and many monkeys. It is still very special to me to see these monkeys climbing the trees above you, while the students around you take a nap on their tables.




  • It is not always clear whether a building is to be demolished next week or that it will be used for education for many years. In this case it is the latter.

  • As soon as the students agree to join the interview Tina is conducting, they transform from apathetically Facebook and Youtube staring persons into friendly interested students that are eager to learn and realise that their education system is in a poor state. It is shocking to hear that students pass their undergraduate bachelor degree without conducting research or without their dissertation even being read fully. And that their supervisors are not available at all outside lecture hours. They make these observations and want to change that, but when they complain about it chances are high that they will fail the subject or even that they get expelled!
  • For many students the first time they work with computers is when they enter university. Their family is very proud that their relative goes to university, so they collect money and buy a laptop for him or her. The level of computer skills is in line with the number of years they study. And Google is their main source of information. The library is outdated and has a search system that is not updated since the eighties. The wood eating worms have started to eat the furniture.


  • Service in Tanzania:
    • Would you like to have chips or rice with your food?
    • Do you have mashed potatoes?
    • Yes.
    • Then I would like to have mashed potatoes.
  • How to behave in Tanzania:
    • It is not a problem to loudly burp up your breakfast while you shake someone’s hand to greet him.
    • It is not a problem to have an extremely loud conversation over the phone when you sit next to other people.
    • You never give way. You try to find your spot somewhere, so you will be served earlier or you are ten meters ahead in the traffic jam.
    • Try to look as bored as possible when customers enter your store. Maybe they will go away voluntarily.
    • Why working if you can get money from a white person? Luckily only very few people actually thinks like this. The vast majority comprises of long working (I deliberately do not use the word “hard”, even though physical labour is extremely hard here) friendly people.

Tukkende studenten en studerende tuk-tukkers

Na bijna drie weken Dar es Salaam in Tanzania kan ik de volgende observaties delen.
  • Het is ontzettend warm in de stad. Elke dag boven de 30 graden Celsius (gemiddeld 35), of het nou bewolkt is of niet. Er hangt een walm van vervuiling in de lucht, maar op een halfuurtje reizen liggen prachtige eilanden met azuurblauw water. ’s Avonds is het lekker dat je nog steeds in je hemdje buiten kunt lopen.

  • De logica van het hotel waar we verblijven is ver te zoeken. Er zijn twee soorten lampen in het plafond: heldere spaarlampen en dimspotjes. Deze dimspotjes hebben een aparte knop, waar je sfeervol licht mee kunt maken. Het enige nadeel is dat daarvoor de algemene lichtschakelaar aan moet. En met die schakelaar schakel je ook de heldere spaarlampen in…
  • De algemene opvatting in het verkeer is dat rijden beter is dan stilstaan. Als je moet omrijden voor een kruising dan doe je dat, of je daarmee eerder bij de kruising bent of niet doet er niet toe. Of je kunt langs al het verkeer door de berm de bocht afsnijden. En niemand schijnt dat vreemd te vinden.
  • Er is weinig logica in de kwaliteit van de weg in de stad. Je kunt van een goede asfaltweg ineens op een hobbelige stoffige zandweg belanden. En tuk-tukkers nemen die wegen het liefste, omdat er minder files zijn. Dat ze langzaam moeten rijden en hun vering naar de tering helpen zal hen kennelijk een worst zijn. En elke tuk-tukker heeft zijn eigen voorkeur voor de route die wij bijna elke dag nemen, dus ondanks dat we naar dezelfde universiteit gaan hebben we een afwisselende route.
  • Er rijden hier auto’s rond die in Nederland al in de jaren zeventig zijn afgekeurd. De vrachtwagens zijn nog erger. Geen profiel op de banden, een frisse olierwalm achter de wagen en het is maar te hopen dat de remmen werken.
  • Een voetganger heeft geen enkel recht. Geen enkel. Als je op het zandgedeelte naast de weg loopt moet je nog altijd oppassen voor een tuk-tuk of motorrijder. Als je een weg oversteekt zal geen enkele auto voor je stoppen. Als je ergens staat en een auto rijdt langs zal de bestuurder geen enkele poging doen zijn baan te veranderen, omdat jij daar staat. Opzouten dus.
  • Of er nu verkeerslichten hangen of niet, het verkeer wordt geregeld door een officier in een smetteloos wit pak. Hij deze man wordt gerespecteerd! Niet zo gek, want hij werkt hard en staat hele dagen in de brandende zon.
  • Er was een tuk-tukker met de vlag van Saudie-Arabië voorop. Toen ik instapte en ik de vlag herkende vroeg hij of ik wist wat het voorstelde. Toen ik vertelde van welk land het was, vroeg hij of ik islamitisch was. Hij had geen idee wat de vlag voorstelde of wat de tekst op de vlag betekende, wat hij was zelf Christen.
  • Mannen dragen in principe een voetbalshirt van een Engelse voetbalclub. En anders dragen ze met trots een mooi overhemd dat hier en daar vlekken en slijtageplekken vertoont. Het alternatief is een ontzettend kleurrijk shirt.
  • De bevolking heeft geen moeite met zeven lange dagen werken per week. Er zijn mensen die een baan overdag combineren met een baan als nachtwaker, de ideale gelegenheid om wat slaap in te halen. We hebben voorbeelden gehoord van mensen die per maand 5 euro tot 60 euro verdienen. En Tanzania is niet goedkoop. Elke keer wanneer een bewaker een deur voor me openhoudt vol ik me ongemakkelijk. Maar ze zijn trots op hun werk en dat mag je hen niet uit handen nemen. En je doet het goed in dit land als je een leidinggevende bent. Dan mag je namelijk een arbeider vertellen welk betonblok hij aan gruzelementen moet slaan, terwijl je zelf met je handen over elkaar mag toekijken terwijl je bedenkt welk blok aan de beurt is.
  • “Met het zelfde gemak gooi je het in de afval bak” is een slogan die nog moeten worden uitgevonden hier. Het Tanzaniaanse motto is: “Moet je eens kijken met wat een gemak ik dit lege plastic flesje uit de auto kwak”.
  • Men verkoopt alles op de straat. Er lopen straatverkopers met tien hoezen voor autosturen om de nek en van alles en nog wat onder de arm. Van emmers tot vliegenmeppers tot stekkers. En ze schuwen niet terug van een klein sprintje (in de hitte van de stad) als het verkeer weer gaat rijden en verkoopdeal nog niet gesloten is.
  • Op de universiteit ben je omringd door de lokale fauna: prachtige vlinders, tropische vogels en veel apen. Het blijft een bijzonder gezicht om die aapjes door de bomen boven je te zien springen, terwijl de studenten om je heen een tropisch uiltje knappen op hun tafel.



  • Het is soms niet duidelijk of het gebouw volgende week gesloopt wordt of dat er nog jaren in les gegeven gaat worden. In dit geval is het het laatste.

  • Zodra de studenten zeggen mee te willen werken aan de interviews die Tina afneemt transformeren ze van apathische op Facebook en Youtube starende personen in vriendelijke leergierige geïnteresseerde studenten die ook wel doorhebben dat hun onderwijssysteem aan alle kanten rammelt. Het is schokkend te horen dat ze hun bachelor halen zonder onderzoek te hoeven doen of zonder dat de begeleider hun scriptie leest, of dat de docenten die ze hebben niet beschikbaar zijn buiten de colleges. Zij doen deze observaties en willen er iets aan doen, maar als ze er over klagen is de kans groot dat ze het vak niet halen of zelfs van de universiteit worden gestuurd.
  • In veel gevallen is het voor de studenten wanneer ze aan de universiteit gaan studeren de eerste keer dat ze op een computer werken. Hun familie is super trots dat ze aan de universiteit mogen studeren en leggen al hun geld bij elkaar voor een laptop. De het niveau van hun computervaardigheden zijn recht evenredig met het aantal jaren dat ze studeren. En Google is hun voornaamste bron voor informatie. De bibliotheek is hopeloos ouderwets en heeft een zoeksysteem dat sinds de jaren tachtig niet meer is bijgewerkt. De houtworm is inmiddels aan het meubilair begonnen. 



  • Service op zijn Tanzaniaans:
    • Wilt u friet of rijst bij uw eten?
    • Heeft u ook aardappelpuree?
    • Ja.
    • Dan wil ik graag aardappelpuree
  • Manieren op zijn Tanzaniaans:
    • Het is geen probleem om iemand een hand te geven terwijl je je ontbijt luidkeels opboert.
    • Het is geen probleem om vlak naast iemand te zitten en een oorverdovend telefoongesprek houden. 
    • Iemand voorrang geven doe je niet. Je wurmt je overal tussen, zodat je zelf sneller aan de beurt bent of net tien meter verder in de file staat.
    • Probeer zo ongeïnteresserd mogelijk te kijken als er klanten in je winkel komen. Misschien gaan ze vanzelf weg.
    • Waarom zou je werken als je ook geld van een blanke kunt krijgen? Gelukkig blijkt maar een heel klein gedeelte van de mensen zo te denken. De overgrote meerderheid bestaat uit langwerkende (ik zeg bewust niet hardwerkend, al is lichamelijke arbeid hier echt zwaar) vriendelijke mensen.