woensdag 4 maart 2015

Tukkende studenten en studerende tuk-tukkers

Na bijna drie weken Dar es Salaam in Tanzania kan ik de volgende observaties delen.
  • Het is ontzettend warm in de stad. Elke dag boven de 30 graden Celsius (gemiddeld 35), of het nou bewolkt is of niet. Er hangt een walm van vervuiling in de lucht, maar op een halfuurtje reizen liggen prachtige eilanden met azuurblauw water. ’s Avonds is het lekker dat je nog steeds in je hemdje buiten kunt lopen.

  • De logica van het hotel waar we verblijven is ver te zoeken. Er zijn twee soorten lampen in het plafond: heldere spaarlampen en dimspotjes. Deze dimspotjes hebben een aparte knop, waar je sfeervol licht mee kunt maken. Het enige nadeel is dat daarvoor de algemene lichtschakelaar aan moet. En met die schakelaar schakel je ook de heldere spaarlampen in…
  • De algemene opvatting in het verkeer is dat rijden beter is dan stilstaan. Als je moet omrijden voor een kruising dan doe je dat, of je daarmee eerder bij de kruising bent of niet doet er niet toe. Of je kunt langs al het verkeer door de berm de bocht afsnijden. En niemand schijnt dat vreemd te vinden.
  • Er is weinig logica in de kwaliteit van de weg in de stad. Je kunt van een goede asfaltweg ineens op een hobbelige stoffige zandweg belanden. En tuk-tukkers nemen die wegen het liefste, omdat er minder files zijn. Dat ze langzaam moeten rijden en hun vering naar de tering helpen zal hen kennelijk een worst zijn. En elke tuk-tukker heeft zijn eigen voorkeur voor de route die wij bijna elke dag nemen, dus ondanks dat we naar dezelfde universiteit gaan hebben we een afwisselende route.
  • Er rijden hier auto’s rond die in Nederland al in de jaren zeventig zijn afgekeurd. De vrachtwagens zijn nog erger. Geen profiel op de banden, een frisse olierwalm achter de wagen en het is maar te hopen dat de remmen werken.
  • Een voetganger heeft geen enkel recht. Geen enkel. Als je op het zandgedeelte naast de weg loopt moet je nog altijd oppassen voor een tuk-tuk of motorrijder. Als je een weg oversteekt zal geen enkele auto voor je stoppen. Als je ergens staat en een auto rijdt langs zal de bestuurder geen enkele poging doen zijn baan te veranderen, omdat jij daar staat. Opzouten dus.
  • Of er nu verkeerslichten hangen of niet, het verkeer wordt geregeld door een officier in een smetteloos wit pak. Hij deze man wordt gerespecteerd! Niet zo gek, want hij werkt hard en staat hele dagen in de brandende zon.
  • Er was een tuk-tukker met de vlag van Saudie-Arabië voorop. Toen ik instapte en ik de vlag herkende vroeg hij of ik wist wat het voorstelde. Toen ik vertelde van welk land het was, vroeg hij of ik islamitisch was. Hij had geen idee wat de vlag voorstelde of wat de tekst op de vlag betekende, wat hij was zelf Christen.
  • Mannen dragen in principe een voetbalshirt van een Engelse voetbalclub. En anders dragen ze met trots een mooi overhemd dat hier en daar vlekken en slijtageplekken vertoont. Het alternatief is een ontzettend kleurrijk shirt.
  • De bevolking heeft geen moeite met zeven lange dagen werken per week. Er zijn mensen die een baan overdag combineren met een baan als nachtwaker, de ideale gelegenheid om wat slaap in te halen. We hebben voorbeelden gehoord van mensen die per maand 5 euro tot 60 euro verdienen. En Tanzania is niet goedkoop. Elke keer wanneer een bewaker een deur voor me openhoudt vol ik me ongemakkelijk. Maar ze zijn trots op hun werk en dat mag je hen niet uit handen nemen. En je doet het goed in dit land als je een leidinggevende bent. Dan mag je namelijk een arbeider vertellen welk betonblok hij aan gruzelementen moet slaan, terwijl je zelf met je handen over elkaar mag toekijken terwijl je bedenkt welk blok aan de beurt is.
  • “Met het zelfde gemak gooi je het in de afval bak” is een slogan die nog moeten worden uitgevonden hier. Het Tanzaniaanse motto is: “Moet je eens kijken met wat een gemak ik dit lege plastic flesje uit de auto kwak”.
  • Men verkoopt alles op de straat. Er lopen straatverkopers met tien hoezen voor autosturen om de nek en van alles en nog wat onder de arm. Van emmers tot vliegenmeppers tot stekkers. En ze schuwen niet terug van een klein sprintje (in de hitte van de stad) als het verkeer weer gaat rijden en verkoopdeal nog niet gesloten is.
  • Op de universiteit ben je omringd door de lokale fauna: prachtige vlinders, tropische vogels en veel apen. Het blijft een bijzonder gezicht om die aapjes door de bomen boven je te zien springen, terwijl de studenten om je heen een tropisch uiltje knappen op hun tafel.



  • Het is soms niet duidelijk of het gebouw volgende week gesloopt wordt of dat er nog jaren in les gegeven gaat worden. In dit geval is het het laatste.

  • Zodra de studenten zeggen mee te willen werken aan de interviews die Tina afneemt transformeren ze van apathische op Facebook en Youtube starende personen in vriendelijke leergierige geïnteresseerde studenten die ook wel doorhebben dat hun onderwijssysteem aan alle kanten rammelt. Het is schokkend te horen dat ze hun bachelor halen zonder onderzoek te hoeven doen of zonder dat de begeleider hun scriptie leest, of dat de docenten die ze hebben niet beschikbaar zijn buiten de colleges. Zij doen deze observaties en willen er iets aan doen, maar als ze er over klagen is de kans groot dat ze het vak niet halen of zelfs van de universiteit worden gestuurd.
  • In veel gevallen is het voor de studenten wanneer ze aan de universiteit gaan studeren de eerste keer dat ze op een computer werken. Hun familie is super trots dat ze aan de universiteit mogen studeren en leggen al hun geld bij elkaar voor een laptop. De het niveau van hun computervaardigheden zijn recht evenredig met het aantal jaren dat ze studeren. En Google is hun voornaamste bron voor informatie. De bibliotheek is hopeloos ouderwets en heeft een zoeksysteem dat sinds de jaren tachtig niet meer is bijgewerkt. De houtworm is inmiddels aan het meubilair begonnen. 



  • Service op zijn Tanzaniaans:
    • Wilt u friet of rijst bij uw eten?
    • Heeft u ook aardappelpuree?
    • Ja.
    • Dan wil ik graag aardappelpuree
  • Manieren op zijn Tanzaniaans:
    • Het is geen probleem om iemand een hand te geven terwijl je je ontbijt luidkeels opboert.
    • Het is geen probleem om vlak naast iemand te zitten en een oorverdovend telefoongesprek houden. 
    • Iemand voorrang geven doe je niet. Je wurmt je overal tussen, zodat je zelf sneller aan de beurt bent of net tien meter verder in de file staat.
    • Probeer zo ongeïnteresserd mogelijk te kijken als er klanten in je winkel komen. Misschien gaan ze vanzelf weg.
    • Waarom zou je werken als je ook geld van een blanke kunt krijgen? Gelukkig blijkt maar een heel klein gedeelte van de mensen zo te denken. De overgrote meerderheid bestaat uit langwerkende (ik zeg bewust niet hardwerkend, al is lichamelijke arbeid hier echt zwaar) vriendelijke mensen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten