vrijdag 19 december 2014

Ongelukken op de weg en de politie op je hielen

9 december vloog ik naar Johannesburg. Bij aankomst stonden Tina en Annika op mij te wachten en reden we direct naar Kruger Park, waar we een hostel hadden geboekt. Vorig voorjaar was ik natuurlijk ook al in Zuid Afrika, maar toch valt het me direct weer op hoe erg de taal Afrikaans op Nederlands lijkt. Met name de reclames op de radio kan ik letterlijk verstaan, en de plaatsnamen zijn zooo Nederlands: Middelburg, Bloemfontein, Nelspruit, Zandfontein, Vaal Dam, etc. Onderweg haalde ik een vrachtwagen in over een doorgetrokken streep. 500 meter verderop werden we aan de kant geroepen door gereedstaande politieagenten. Oeps... De officiële boete was 2000 rand, zo’n 150 euro. Met twee charmante dames in de auto werd de handje-contantje-eigen-broekzakje-boete 500 rand en mochten we doorrijden.

In Kruger Park, dat net zo groot is als Denemarken, hebben we twee dagen rondgereden. En elke keer is het weer bijzonder om op 5 meter afstand van een enorme giraf te staan, of een kudde olifanten voorbij te rijden. De tweede dag hebben we bijna een halfuur bij een drinkplaats gestaan waar op een gegeven moment vier olifanten met elkaar aan het spelen waren in het water, onder het toeziend oog van de rest van de kudde en een groep enigszins geïrriteerde nijlpaarden. De Grote Vijf (neushoorn, olifant, buffel, luipaard en de leeuw) is nog niet compleet. Nog geen kat gezien, met uitzondering van twee jachtluipaarden op 500 meter afstand.

Na de tweede dag zijn we via Blyde Canyon (een fantastische vallei) en Johannesburg (om Annika op het vliegtuig te zetten) doorgereden naar het zuiden. Onderweg getuige van een autoongeluk. We stonden te tanken toen er op  het kruispunt veel getoeter te horen was en daarna zagen we een BMW met hoge snelheid van de weg af rijden door de berm, rakelings langs een boom en een lantaarnpaal, om onderaan het talut tegen een betonnen muurtje tot stilstand te komen. Geen gewonden godzijdank, maar het bewijst wel dat het oppassen is op de weg.

Ons doel was Drakensberg en Lesotho, maar het was verder dan we dachten. Onderweg in het dorpje Vaal Marina gezocht naar hostels, maar niks gevonden. De navigatie stuurde ons via een andere route weer naar de doorgaande weg. En die kleine weg veranderde van asfalt in stenen, in slechte stenen in tenslotte in zand. En ineens stonden we in een sloppenwijk, een Township. Om 21 uur. Pikkedonker, heel veel mensen en kinderen op straat en de weg die we volgens de navigatie zouden moeten rijden liep dood. Dus een doodlopende straat in een township in het donker. Dat zijn de minder handige plekken om te zijn. Maar goed, omgedraaid en weer terug gereden, onder het toeziend en verbaasd oog van de bevolking daar. Het is maar goed dat we een goedkope VW Polo rijden en niet een exclusieve Mercedes. Uiteindelijk ’s avonds laat onderdag gevonden in het dorpje Bethlehem. Hoe bijbels om ’s avonds laat vlak voor Kerst onderdak te vinden in Bethlehem.

Het volgende doel was Lesotho, een klein bergachtig landje dat omringd wordt door Zuid-Afrika. Op de weg er naar toe stonden opeens veel mensen en auto’s stil en zagen we een man op de weg liggen in een onnatuurlijke positie, zijn petje een paar meter van hem vandaan en met zijn hoofd in een plas bloed. De auto die hem overduidelijk had geraakt had zijn voorruit helemaal aan gruzelementen en de man was duidelijk niet meer te redden. Daar werden we even stil van. De grensovergang met Lesotho was heel klein, helemaal niet druk en kende een snelle afhandeling. Weer wat stempeltjes rijker reden we het land in. Na een uur tevergeefs gezocht te hebben naar een Guesthouse via een onwijs gammele zandweg, besloten we in een groter dorpje in een B&B te blijven. Vanuit daar hebben we een prachtige wandeling gemaakt in het Nationale Park rondom de Maliba Lodge. Maliba betekent zoiets als “Overvloed aan water”. En dat is een treffende omschrijving. Niet alleen regent het er elke dag in deze periode, maar zijn er ook honderden kleine en grotere watervallen te zien. De mooiste was aan het einde van de 5km lange hike en viel in drie trappen naar beneden. De lunch met uitzicht over de vallei was niet alleen welverdiend, maar ook tamelijk decadent. Op de terugweg weer eens kennis gemaakt met de sterke arm. Ze vroegen om mijn rijbewijs en die had ik vanwege de wandeling niet meegenomen. Daar kwam ik goed weg met een waarschuwing.

De dag erna zijn we meer zuid-oostelijk gereden naar een 185 meter hoge stuwdam die Lesotho een stuk minder afhankelijk maakt van Zuid-Afrika als het om electriciteit gaat. De weg er naar toe was ongelooflijk mooi. Wat opvalt zijn de vele mensen die langs de weg lopen en het kennelijk koud hebben, want ze dragen allemaal kleden (soms zelfs handdoeken), lange broeken en veelal een muts. De kinderen lopen er nog slechter gekleed bij, de broeken hebben soms niet eens hele pijpen meer. En om de zoveel kilometer staat er een politiepost, die elke auto controleert. Tina was chauffeur toen de diender niet geloofde dat zij een rijbewijs had. “Jij rijdt op zijn rijbewijs, niet?” wijzend naar mij. “Omdat ik een vrouw ben?” zei Tina. “Neeeee! Omdat je auto zo vies is vertrouw ik het niet!”.


Omdat de weg naar Drakensberg in Zuid Afrika niet toegankelijk was voor onze 2WD, moesten we helemaal terug naar dezelfde grensovergang waar we het land ook binnen kwamen. In een Amerikaans aandoend plaatsje Clarens, aan de voet van een grote berg, brachten we de dag en de nacht door. Vandaag zijn we via het Golden Gate National Park naar een geweldige boerderij gereden waar we nota bene een volledige lodge aangeboden kregen. Een grote woonkamer, een hele grote slaapkamer met badkamer inclusief jacuzzi. Maandag rijden we terug naar Johannesburg, om de dag erna naar Kaapstad te vliegen.