Waar armoede is,
is criminaliteit. Dat is ook meteen het bewijs dat er wel degelijk armoede is
in Nederland.
We vlogen naar
Panama. “Oei, Panama...” zei iedereen na de verhalen over de twee vermiste
meisjes. Immers, twee knappe jonge Nederlandse meisjes moeten toch wel zijn
ontvoerd! Ik sprak mensen in Panama Stad die niet meer naar Boquette durfden
vanwege dit. Uiteindelijk blijken ze naar alle waarschijnlijkheid verdwaald;
een triest geval van eigen fouten, maar geen gevolg van criminaliteit...
In februari was
ik in het noorden van Mexico, waar we niet de straat op mochten* en waar
schietpartijen (wat een mooi woord is dat toch, schietpartij. Net als steekpartij, het
klinkt als een feestje) aan de orde van de dag waren. De Nederlandse overheid
waarschuwt voor feitelijk alle landen waar we zijn geweest of nog naar toe
gaan. Dus ik ben overal op mijn hoede. Maar het slijt.
Elk land heeft zo
zijn eigenaardigheden ten aanzien van veiligheid en bijvoorbeeld diefstal. In
de grote winkelstraat in Panama Stad mocht je nergens met een tas naar binnen.
Zelfs niet met een zorgvuldig dichtgeniete tas van de winkel aan de overkant,
inclusief bonnetje. Dus was er naast elke winkel een kleine garderobe, waar je
al je spullen in moest achterlaten in ruil voor een mandje. Dat maakte het in en
uit gaan van verschillende winkels erg lastig zodra je iets had gekocht. Een andere
vorm van beveiliging was de persoonlijke stalker: zodra je de winkel
binnenstapte had je iemand die je op een meter afstand volgde totdat je het
pand weer verliet.
Toen we voet aan
wal zetten in Cartagena, Colombia, had ik het gevoel dat er mensen op de loer
lagen om op elk willekeurig onbewaakt moment een graai te doen naar de tassen
die op de stoep lagen. Taxichauffeurs zijn standaard niet te vertrouwen.
Uiteindelijk bleek Cartagena niet onveiliger dan Deventer (wat zoals we
allemaal weten een viese asostad is). Een Engelse reisgenoot sprak op een
dagtocht kort met een man die in de buurt woonde. Het gesprek eindigde in een afscheidsomhelsing. Dat de Engelsman direct daarna controleerde of zijn
portemonnee nog in zijn zak zat is hilarisch natuurlijk.
Taganga stond
bekend om de 100% kans op een overval op de route naar een bepaald strand, of zodra
het donker was in elke willekeurige straat. Met het hart in de keel liep ik
door deze zandwegen met meer kraters in het wegdek dan er op de maan zijn. Elk
individu was een potentiële dief. De wijk die je doormoet om in Taganga te
komen was een sloppenwijk, waar fietsers het niet in hoofd moesten halen om te stoppen.
Zo’n wijk dus. Zo’n omgeving dus. Taganga had een hele slechte reputatie, maar
het afgelopen jaar zijn er wat “schoningsacties” geweest en het is er net zo
veilig als de Vogelaarwijk "Rivierenwijk" in Deventer.
Het gekke is dat
zodra je wordt omringd door met name mede-reizigers in een park waar je toegang
voor moet betalen (bijvoorbeeld Tayrona Park) het gevoel van veiligheid enorm
toeneemt. Terwijl we van de 72 jaar oude Noor Steinar hebben geleerd dat juist
deze groep een risico vormt. Ik citeer: “Backpackers hebben geen geld en zijn
voortdurend dronken en/of high. Zodra ze iets van waarde zien zullen ze het
stelen als ze de kans krijgen”. Dat je waardevolle spullen ook gewoon ergens kunt laten liggen kwam niet in hem op. Het zal de leeftijd zijn geweest.
De wandelroute
naar de bergtop in Bogota staat bekend als een risicogebied, volgens de Lonely
Planet. Dus ik liet zo veel mogelijk waardevolle spullen in ons hostel achter.
Wat bleek, na elke 300 meter stond er een politieagent (dus het verhaal was wel
ergens op gebaseerd, want dat zie je niet op de Markt in Deventer). Daarbij,
het was een behoorlijk zware klim. Volgens mij zijn er makkelijkere plekken om
rond te hangen wachtend op een slachtoffer in een stad als Bogota.
Desondanks waren
veel deuren standaard op slot. Om ons hostel in Bogota binnen te komen moesten
we altijd aanbellen. Na een tijdje ging een kijkluikje open en als een
koekoeksklok stak er dan een gezicht naar buiten om te kijken of het goed volk
was. In Quito, Ecuador, verbleven we in een ranch-achtige hotel met enorme
muren en twee grote honden. Galapagos was in vele opzichten een paradijs, niet
in de laatste plaats vanwege het grote gevoel van veiligheid. Mensen liepen op
straat met camera’s, laptops, tablets en wat niet – kennelijk was er van
onveiligheid geen sprake; Galapagos is het Vorden van Ecuador. Guayaquil was
wat gesloten deuren betreft een toppunt. De plaatselijke winkeltjes hadden hun
hek standaard op slot. Als je iets wilde, moest je het van achter het hek duidelijk
zien te maken aan de persoon die in de winkel stond. In ons geval een oud
mannetje met slecht gehoor. Even snel boodschappen doen zit er dan niet in,
zeker niet als je niet de taalbeheersing hebt in het Spaans om de producten te omschrijven.
In Lima verbleven
we in een rijkere wijk waar kennelijk geen problemen waren. Nazca was hetzelfde
en in Cusco, waar we nu zijn, zijn de meeste hotels weer standaard op slot. Maar waarschijnlijk
werken de grootste boeven hier in de toeristenindustrie. 5 euro voor een foto
met een baby lama en baby alpaca...
*Waar Heineken Mexico
zelfs in bepaalde wijken bier bezorgde met ezels in plaats van vrachtwagens,
omdat de vrachtwagens onherroepelijk gestolen worden.
--------English----------
Where there is poverty, there is crime. That is at the same
time the proof that poverty still exists in The Netherlands.
We flew to Panama City. “Oh-oh, Panama…” everybody said
after the story of the two girls who disappeared. Surely the two good-looking
young Dutch girls had to be kidnapped! Or adolescent-napped, since they were no
kids anymore. I talked to travellers in Panama City that did not dare to go to
Boquette anymore because of that. Ultimately it appears that the girls simply
got lost; a sad case of own mistakes…
In February I was in the north of Mexico, where we were not
allowed to go on the streets* and where shootings were reported daily. The
Dutch Ministry of Foreign Affairs warned travellers for basically every country
we have been to or where we will go to. So I am careful everywhere. But it
fades.
Every country has its own peculiarities when it comes to safety
and preventing theft. In the big shopping street in Panama City you were not
allowed to enter a store with a bag. Not even with a bag from the store next
door that was sealed with staples, including the receipt. So next to every
store there was a small room where you had to leave your stuff in exchange for
a shopping cart. It really impedes going in and out of stores as soon as you
have bought something. Another way of anti-theft measurements was the personal
stalker: as soon as you set foot in the store, someone would tail you until you
left the premises again.
When we set foot on land in Cartagena, Colombia, I was sure
that around the corner people were just waiting to find the right moment to grab
for one of our bags on the sidewalk. Taxi drivers were not to be trusted of
course. Eventually Cartagena ended up being not more dangerous than Coventry. A
fellow traveller from England had a chat with a local one day, which ended up
in a mutual goodbye-hug. That the Englishman checked his wallet right after the
encounter is hilarious of course.
Taganga was infamous for the 100% chance of being robbed on
a hike to a remote beach, or as soon as it got dark in every random street. With
my tail between my legs I walked the town’s dirt roads with more craters than there
are on the moon. Every individual was a potential robber. The neighbourhood that
you have to cross to get into Taganga was a slump, where bikers should not even
think about stopping. A neighbourhood like that. An area like that. Taganga had
a very bad reputation, but last year some cleansing activities have been done
and now it is as safe as Hillfields, Coventry.
The odd thing is that when you are surrounded by fellow
travellers in a park for which you have to pay an entrance fee (for instance
Tayrona Park) the sense of safety increases dramatically. Nevertheless we
learned from the 72 year old Norwegian Steinar that especially this group is to
be trusted the least! I quote: “Backpackers constantly have a lack of money and
are continuously inebriated or high on drugs. As soon as they see something of
value, they will steal it if they get the chance.”. The idea that you can
simply loose or forget valuable stuff apparently did not emerge to him. It was
probably his age.
The hike to the mountain top in Bogota was described by the
Lonely Planet as “risky”. So I left as many valuables behind in the hostel as I
thought was wise. It turned out to be the safest hike we have done so far; at
every 300 meters or so an officer was standing and watching (which makes it
more believable that something was needed to change there, because you do not
see that at Swanswell Park in Coventry). Add to that the altitude and the
steepness of the hike path; I think that there are easier spots to wait for a
potential victim in a city like Bogota.
Nonetheless, most doors were locked by default. To get into
our hostel in Bogota we always had to ring the doorbell. Seconds later a
looking window was opened like a cuckoo-clock showing a face checking out
whether it was good people or not. In Quito, Ecuador, we stayed at a ranch-like
hotel with big walls, a gate and two big dogs. Galapagos was in many ways a
paradise, also because of the sense of safety. People were walking on the
streets with cameras, laptops, tablets and what not – apparently there was no fear.
Galapagos in that sense is the Birkshire of Ecuador (http://www.telegraph.co.uk/property/9625415/Top-ten-safest-places-to-live.html).
Guayaquil was the summit when it comes to closed doors. The local stores kept
their gates closed and locked at any time. If you wanted to buy something, you
had to make it clear to the owner in some way or another. In our case it was an
old man with bad hearing. Doing some quick groceries is not possible there,
especially with our lack of Spanish language skills to describe the desired items.
In Lima we stayed in an affluent part of the city where
apparently there were no safety problems. Nazca was the same and in Cusco,
where we are now, most of the hotels keep their doors closed. But most likely
the biggest robbers in Cusco work in the tourist industry. 7 US Dollars for one
picture with a baby alpaca and baby lama…
*Where Heineken Mexico in certain areas delivers with donkeys
instead of trucks, because the trucks inevitably got stolen.

.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten