maandag 7 juli 2014

(Het gevoel van) veiligheid in Zuid-Amerika / (The sense of) safety in South America

Waar armoede is, is criminaliteit. Dat is ook meteen het bewijs dat er wel degelijk armoede is in Nederland.

We vlogen naar Panama. “Oei, Panama...” zei iedereen na de verhalen over de twee vermiste meisjes. Immers, twee knappe jonge Nederlandse meisjes moeten toch wel zijn ontvoerd! Ik sprak mensen in Panama Stad die niet meer naar Boquette durfden vanwege dit. Uiteindelijk blijken ze naar alle waarschijnlijkheid verdwaald; een triest geval van eigen fouten, maar geen gevolg van criminaliteit...

In februari was ik in het noorden van Mexico, waar we niet de straat op mochten* en waar schietpartijen (wat een mooi woord is dat toch, schietpartij. Net als steekpartij, het klinkt als een feestje) aan de orde van de dag waren. De Nederlandse overheid waarschuwt voor feitelijk alle landen waar we zijn geweest of nog naar toe gaan. Dus ik ben overal op mijn hoede. Maar het slijt.

Elk land heeft zo zijn eigenaardigheden ten aanzien van veiligheid en bijvoorbeeld diefstal. In de grote winkelstraat in Panama Stad mocht je nergens met een tas naar binnen. Zelfs niet met een zorgvuldig dichtgeniete tas van de winkel aan de overkant, inclusief bonnetje. Dus was er naast elke winkel een kleine garderobe, waar je al je spullen in moest achterlaten in ruil voor een mandje. Dat maakte het in en uit gaan van verschillende winkels erg lastig zodra je iets had gekocht. Een andere vorm van beveiliging was de persoonlijke stalker: zodra je de winkel binnenstapte had je iemand die je op een meter afstand volgde totdat je het pand weer verliet.

Toen we voet aan wal zetten in Cartagena, Colombia, had ik het gevoel dat er mensen op de loer lagen om op elk willekeurig onbewaakt moment een graai te doen naar de tassen die op de stoep lagen. Taxichauffeurs zijn standaard niet te vertrouwen. Uiteindelijk bleek Cartagena niet onveiliger dan Deventer (wat zoals we allemaal weten een viese asostad is). Een Engelse reisgenoot sprak op een dagtocht kort met een man die in de buurt woonde. Het gesprek eindigde in een afscheidsomhelsing. Dat de Engelsman direct daarna controleerde of zijn portemonnee nog in zijn zak zat is hilarisch natuurlijk.

Taganga stond bekend om de 100% kans op een overval op de route naar een bepaald strand, of zodra het donker was in elke willekeurige straat. Met het hart in de keel liep ik door deze zandwegen met meer kraters in het wegdek dan er op de maan zijn. Elk individu was een potentiële dief. De wijk die je doormoet om in Taganga te komen was een sloppenwijk, waar fietsers het niet in hoofd moesten halen om te stoppen. Zo’n wijk dus. Zo’n omgeving dus. Taganga had een hele slechte reputatie, maar het afgelopen jaar zijn er wat “schoningsacties” geweest en het is er net zo veilig als de Vogelaarwijk "Rivierenwijk" in Deventer.

Het gekke is dat zodra je wordt omringd door met name mede-reizigers in een park waar je toegang voor moet betalen (bijvoorbeeld Tayrona Park) het gevoel van veiligheid enorm toeneemt. Terwijl we van de 72 jaar oude Noor Steinar hebben geleerd dat juist deze groep een risico vormt. Ik citeer: “Backpackers hebben geen geld en zijn voortdurend dronken en/of high. Zodra ze iets van waarde zien zullen ze het stelen als ze de kans krijgen”. Dat je waardevolle spullen ook gewoon ergens kunt laten liggen kwam niet in hem op. Het zal de leeftijd zijn geweest.

De wandelroute naar de bergtop in Bogota staat bekend als een risicogebied, volgens de Lonely Planet. Dus ik liet zo veel mogelijk waardevolle spullen in ons hostel achter. Wat bleek, na elke 300 meter stond er een politieagent (dus het verhaal was wel ergens op gebaseerd, want dat zie je niet op de Markt in Deventer). Daarbij, het was een behoorlijk zware klim. Volgens mij zijn er makkelijkere plekken om rond te hangen wachtend op een slachtoffer in een stad als Bogota.

Desondanks waren veel deuren standaard op slot. Om ons hostel in Bogota binnen te komen moesten we altijd aanbellen. Na een tijdje ging een kijkluikje open en als een koekoeksklok stak er dan een gezicht naar buiten om te kijken of het goed volk was. In Quito, Ecuador, verbleven we in een ranch-achtige hotel met enorme muren en twee grote honden. Galapagos was in vele opzichten een paradijs, niet in de laatste plaats vanwege het grote gevoel van veiligheid. Mensen liepen op straat met camera’s, laptops, tablets en wat niet – kennelijk was er van onveiligheid geen sprake; Galapagos is het Vorden van Ecuador. Guayaquil was wat gesloten deuren betreft een toppunt. De plaatselijke winkeltjes hadden hun hek standaard op slot. Als je iets wilde, moest je het van achter het hek duidelijk zien te maken aan de persoon die in de winkel stond. In ons geval een oud mannetje met slecht gehoor. Even snel boodschappen doen zit er dan niet in, zeker niet als je niet de taalbeheersing hebt in het Spaans om de producten te omschrijven.

In Lima verbleven we in een rijkere wijk waar kennelijk geen problemen waren. Nazca was hetzelfde en in Cusco, waar we nu zijn, zijn de meeste hotels weer standaard op slot. Maar waarschijnlijk werken de grootste boeven hier in de toeristenindustrie. 5 euro voor een foto met een baby lama en baby alpaca...



*Waar Heineken Mexico zelfs in bepaalde wijken bier bezorgde met ezels in plaats van vrachtwagens, omdat de vrachtwagens onherroepelijk gestolen worden.

--------English----------

Where there is poverty, there is crime. That is at the same time the proof that poverty still exists in The Netherlands.

We flew to Panama City. “Oh-oh, Panama…” everybody said after the story of the two girls who disappeared. Surely the two good-looking young Dutch girls had to be kidnapped! Or adolescent-napped, since they were no kids anymore. I talked to travellers in Panama City that did not dare to go to Boquette anymore because of that. Ultimately it appears that the girls simply got lost; a sad case of own mistakes…

In February I was in the north of Mexico, where we were not allowed to go on the streets* and where shootings were reported daily. The Dutch Ministry of Foreign Affairs warned travellers for basically every country we have been to or where we will go to. So I am careful everywhere. But it fades.

Every country has its own peculiarities when it comes to safety and preventing theft. In the big shopping street in Panama City you were not allowed to enter a store with a bag. Not even with a bag from the store next door that was sealed with staples, including the receipt. So next to every store there was a small room where you had to leave your stuff in exchange for a shopping cart. It really impedes going in and out of stores as soon as you have bought something. Another way of anti-theft measurements was the personal stalker: as soon as you set foot in the store, someone would tail you until you left the premises again.

When we set foot on land in Cartagena, Colombia, I was sure that around the corner people were just waiting to find the right moment to grab for one of our bags on the sidewalk. Taxi drivers were not to be trusted of course. Eventually Cartagena ended up being not more dangerous than Coventry. A fellow traveller from England had a chat with a local one day, which ended up in a mutual goodbye-hug. That the Englishman checked his wallet right after the encounter is hilarious of course.

Taganga was infamous for the 100% chance of being robbed on a hike to a remote beach, or as soon as it got dark in every random street. With my tail between my legs I walked the town’s dirt roads with more craters than there are on the moon. Every individual was a potential robber. The neighbourhood that you have to cross to get into Taganga was a slump, where bikers should not even think about stopping. A neighbourhood like that. An area like that. Taganga had a very bad reputation, but last year some cleansing activities have been done and now it is as safe as Hillfields, Coventry.

The odd thing is that when you are surrounded by fellow travellers in a park for which you have to pay an entrance fee (for instance Tayrona Park) the sense of safety increases dramatically. Nevertheless we learned from the 72 year old Norwegian Steinar that especially this group is to be trusted the least! I quote: “Backpackers constantly have a lack of money and are continuously inebriated or high on drugs. As soon as they see something of value, they will steal it if they get the chance.”. The idea that you can simply loose or forget valuable stuff apparently did not emerge to him. It was probably his age.

The hike to the mountain top in Bogota was described by the Lonely Planet as “risky”. So I left as many valuables behind in the hostel as I thought was wise. It turned out to be the safest hike we have done so far; at every 300 meters or so an officer was standing and watching (which makes it more believable that something was needed to change there, because you do not see that at Swanswell Park in Coventry). Add to that the altitude and the steepness of the hike path; I think that there are easier spots to wait for a potential victim in a city like Bogota.

Nonetheless, most doors were locked by default. To get into our hostel in Bogota we always had to ring the doorbell. Seconds later a looking window was opened like a cuckoo-clock showing a face checking out whether it was good people or not. In Quito, Ecuador, we stayed at a ranch-like hotel with big walls, a gate and two big dogs. Galapagos was in many ways a paradise, also because of the sense of safety. People were walking on the streets with cameras, laptops, tablets and what not – apparently there was no fear. Galapagos in that sense is the Birkshire of Ecuador (http://www.telegraph.co.uk/property/9625415/Top-ten-safest-places-to-live.html). Guayaquil was the summit when it comes to closed doors. The local stores kept their gates closed and locked at any time. If you wanted to buy something, you had to make it clear to the owner in some way or another. In our case it was an old man with bad hearing. Doing some quick groceries is not possible there, especially with our lack of Spanish language skills to describe the desired items.

In Lima we stayed in an affluent part of the city where apparently there were no safety problems. Nazca was the same and in Cusco, where we are now, most of the hotels keep their doors closed. But most likely the biggest robbers in Cusco work in the tourist industry. 7 US Dollars for one picture with a baby alpaca and baby lama…



*Where Heineken Mexico in certain areas delivers with donkeys instead of trucks, because the trucks inevitably got stolen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten