In mijn eerdere
verhaal noemde ik Namibië Niemandië. Het land is net iets groter dan
Denemarken, Noorwegen en Zweden bij elkaar, met nog geen 2,5 miljoen inwoners.
De hoofdstad is Windhoek en telt iets meer dan 320.000 inwoners. Een provinciestadje
dus, met klinkende straatnamen als de Kiekebushstrasse, Nelson Mandela Avenue
en Robert Mugabe Weg. Namibië werd pas relatief laat gekoloniseerd en met
uitzondering van Walvisbaai (een haven die door de Engelsen werd gebruikt) was het een
Duitse kolonie, en na WO I Zuid-Afrika en werd pas in 1990 onafhankelijk. Het Duitse verleden zie je nog altijd terug in de taal (Duits is een van de
hoofdtalen, naast Afrikaans), de schone straten, de vele Duitse toeristen en het extreem gestructureerde autoverhuurbedrijf. Zodra je Windhoek uitrijdt gaan de wegen over
in gravel of zandwegen, met uitzondering van enkele hoofdwegen. Je mag 120 km/u
rijden op asfalt, 100 op gravel en zand net zo hard als je zelf durft. Zelfs de “grote doorgaande” asfaltwegen zijn totaal verlaten. Hoe
verder je van Windhoek komt, hoe langer het duurt voordat je bijvoorbeeld een
vrachtwagen moet inhalen. Een auto inhalen gebeurt eens per dag. Voor de rest
zijn het kaarsrechte wegen, die rond de horizon door de hitte veranderen in
spiegels, waar de blauwe lucht prachtig de weg opslokt. De landschappen zijn divers en erg indrukwekkend. De enorme rode zandduinen in het zuiden, de kleinere duinen die kilometer na kilometer de weg als een soort achtbaan doet aanvoelen, laag begroeide woestijnen en vlakke groene uitgestrekte velden met bomen tot maximaal 10 meter hoog.
De afstanden hier
zijn voor een Nederlander nauwelijks te bevatten. Mensen vertelden over een
bepaalde plek vlakbij, dat iets meer dan een uur rijden bleek te zijn. Door de
kwaliteit van de weg duurt het ook nog eens langer dan in Europa. Doordat wij
veel van het land wilden zien, waren we
gedwongen veel in de auto te zitten en zonder cruise-control is rijden op een
totaal verlaten rechte weg niet bijzonder ontspannen. Maar ik zou niet moeten
klagen. Hetzelfde gelt voor Botswana: De hoofdingang van het Central Kalahari
Game Reserve ligt 175 kilometer van het grootste stadje in de buurt, en het
duurde bijna 4 uur voordat we daar aankwamen. Wij hebben in 9 dagen tijd bijna 4000 kilometer afgelegd... Het gebeurt regelmatig dat je moet remmen voor dieren op de weg: ezels, paarden, koeien en zelfs een groep struisvogels!
Ik maakte
meerdere keren de fout te denken dat ik een deel van de kaart miste, doordat
het land zo abrupt overgaat in Angola in het noorden, en Botswana in het
oosten. De lineaalverdeling van de kolonialisten is hier erg goed zichtbaar. En
dan is er de vreemde strook in het noorden, die aan de Duitsers werd gegeven
begin 1900.
De mensen zijn erg religieus en homoseksualiteit is strafbaar. Een groot deel
van de zwarte bevolking is opvallend licht van kleur; een resultaat van de
kolonialisten enkele generaties geleden. Het valt ons op dat veel mensen niet
weten wie hun voorouders waren en waar ze vandaan komen. Een klein aantal
mensen daarentegen weet tot in de 18e eeuw nauwkeurig hoe hun
stamboom er uitziet. Maar dat zijn dan voornamelijk de witte mensen. Namibië
en Botswana vechten beide een enorme strijd tegen HIV/AIDS, en
duizelingwekkende besmettingscijfers: 1 op de 3 vrouwen tussen de 15 en 30 zijn
besmet. Dat Namibië zo gelovig is helpt niet bepaald mee.
Het weer in de
gedeelten waar wij zijn geweest kenmerkt zich door hitte en grote onweersbuien
die je kilometers in de verte ziet neerdruisen op het land. Gelukkig hebben we
zelf nooit recht onder zo’n bui gestaan, maar op enkele kilometers afstand
terwijl je zelf onder hoogste boom staat in een verder laagbegroeide woestijn
is geen pretje...
En dan de dieren:
er zijn geen straathonden hier, een bekend beeld van Zuid-Amerika. Wel heel
veel insecten en spinnen. Men is gewend aan de grote roofdieren en we hebben
veel verhalen gehoord van boeren die hun vee beschermden en daarvoor dieren als
luipaarden, jachtluipaarden en leeuwen afschieten. We hoorden een verhaal van
een poortwachter van een Game Reserve die op een ochtend een luipaard in zijn
kantoor had zitten. Dat is nog eens een verhaal waar je je collega’s mee kunt
imponeren. Ook zijn er veel bavianen, die voor elkaar en voor mensen
verschrikkelijk zijn. Alleen de babies zijn lief. De laatste kampeernacht
brachten we door op een grote boerderij waar verwaarloosde dieren worden
opgevangen, waaronder hele jonge baviaantjes. We mochten bij hen in de kooi en
het is heel leuk om die kleine bavianenoogjes recht in je gezicht te zien
staren. En dat ze vervolgens de knopen van de overhemd rukken, met hun
mensachtige handjes.
Maar nog altijd is de leeuw de koning van het dierenrijk.
De zwartmanige Kalahari leeuwen zijn ontzettend groot en we hebben ze van een
meter dichtbij horen brullen. We hadden er al eentje horen brullen vanuit onze
tent in de Kalahari, maar op de opvangboerderij stonden we er dus bovenop. Dat
is nog eens imponerend...
De komende twee
dagen zijn we in Windhoek om bij te komen van de slopende kampeertocht en
daarna een week in Walvisbaai. Daarna gaat de Tour de Namibia verder!








Geen opmerkingen:
Een reactie posten