woensdag 21 januari 2015

Een groot leeg land

In mijn eerdere verhaal noemde ik Namibië Niemandië. Het land is net iets groter dan Denemarken, Noorwegen en Zweden bij elkaar, met nog geen 2,5 miljoen inwoners. De hoofdstad is Windhoek en telt iets meer dan 320.000 inwoners. Een provinciestadje dus, met klinkende straatnamen als de Kiekebushstrasse, Nelson Mandela Avenue en Robert Mugabe Weg. Namibië werd pas relatief laat gekoloniseerd en met uitzondering van Walvisbaai (een haven die door de Engelsen werd gebruikt) was het een Duitse kolonie, en na WO I Zuid-Afrika en werd pas in 1990 onafhankelijk. Het Duitse verleden zie je nog altijd terug in de taal (Duits is een van de hoofdtalen, naast Afrikaans), de schone straten, de vele Duitse toeristen en het extreem gestructureerde autoverhuurbedrijf. Zodra je Windhoek uitrijdt gaan de wegen over in gravel of zandwegen, met uitzondering van enkele hoofdwegen. Je mag 120 km/u rijden op asfalt, 100 op gravel en zand net zo hard als je zelf durft. Zelfs de “grote doorgaande” asfaltwegen zijn totaal verlaten. Hoe verder je van Windhoek komt, hoe langer het duurt voordat je bijvoorbeeld een vrachtwagen moet inhalen. Een auto inhalen gebeurt eens per dag. Voor de rest zijn het kaarsrechte wegen, die rond de horizon door de hitte veranderen in spiegels, waar de blauwe lucht prachtig de weg opslokt. De landschappen zijn divers en erg indrukwekkend. De enorme rode zandduinen in het zuiden, de kleinere duinen die kilometer na kilometer de weg als een soort achtbaan doet aanvoelen, laag begroeide woestijnen en vlakke groene uitgestrekte velden met bomen tot maximaal 10 meter hoog.



De afstanden hier zijn voor een Nederlander nauwelijks te bevatten. Mensen vertelden over een bepaalde plek vlakbij, dat iets meer dan een uur rijden bleek te zijn. Door de kwaliteit van de weg duurt het ook nog eens langer dan in Europa. Doordat wij veel  van het land wilden zien, waren we gedwongen veel in de auto te zitten en zonder cruise-control is rijden op een totaal verlaten rechte weg niet bijzonder ontspannen. Maar ik zou niet moeten klagen. Hetzelfde gelt voor Botswana: De hoofdingang van het Central Kalahari Game Reserve ligt 175 kilometer van het grootste stadje in de buurt, en het duurde bijna 4 uur voordat we daar aankwamen. Wij hebben in 9 dagen tijd bijna 4000 kilometer afgelegd... Het gebeurt regelmatig dat je moet remmen voor dieren op de weg: ezels, paarden, koeien en zelfs een groep struisvogels!



Ik maakte meerdere keren de fout te denken dat ik een deel van de kaart miste, doordat het land zo abrupt overgaat in Angola in het noorden, en Botswana in het oosten. De lineaalverdeling van de kolonialisten is hier erg goed zichtbaar. En dan is er de vreemde strook in het noorden, die aan de Duitsers werd gegeven begin 1900.




De mensen zijn erg religieus en homoseksualiteit is strafbaar. Een groot deel van de zwarte bevolking is opvallend licht van kleur; een resultaat van de kolonialisten enkele generaties geleden. Het valt ons op dat veel mensen niet weten wie hun voorouders waren en waar ze vandaan komen. Een klein aantal mensen daarentegen weet tot in de 18e eeuw nauwkeurig hoe hun stamboom er uitziet. Maar dat zijn dan voornamelijk de witte mensen. Namibië en Botswana vechten beide een enorme strijd tegen HIV/AIDS, en duizelingwekkende besmettingscijfers: 1 op de 3 vrouwen tussen de 15 en 30 zijn besmet. Dat Namibië zo gelovig is helpt niet bepaald mee.


Het weer in de gedeelten waar wij zijn geweest kenmerkt zich door hitte en grote onweersbuien die je kilometers in de verte ziet neerdruisen op het land. Gelukkig hebben we zelf nooit recht onder zo’n bui gestaan, maar op enkele kilometers afstand terwijl je zelf onder hoogste boom staat in een verder laagbegroeide woestijn is geen pretje...


En dan de dieren: er zijn geen straathonden hier, een bekend beeld van Zuid-Amerika. Wel heel veel insecten en spinnen. Men is gewend aan de grote roofdieren en we hebben veel verhalen gehoord van boeren die hun vee beschermden en daarvoor dieren als luipaarden, jachtluipaarden en leeuwen afschieten. We hoorden een verhaal van een poortwachter van een Game Reserve die op een ochtend een luipaard in zijn kantoor had zitten. Dat is nog eens een verhaal waar je je collega’s mee kunt imponeren. Ook zijn er veel bavianen, die voor elkaar en voor mensen verschrikkelijk zijn. Alleen de babies zijn lief. De laatste kampeernacht brachten we door op een grote boerderij waar verwaarloosde dieren worden opgevangen, waaronder hele jonge baviaantjes. We mochten bij hen in de kooi en het is heel leuk om die kleine bavianenoogjes recht in je gezicht te zien staren. En dat ze vervolgens de knopen van de overhemd rukken, met hun mensachtige handjes. 



Maar nog altijd is de leeuw de koning van het dierenrijk. De zwartmanige Kalahari leeuwen zijn ontzettend groot en we hebben ze van een meter dichtbij horen brullen. We hadden er al eentje horen brullen vanuit onze tent in de Kalahari, maar op de opvangboerderij stonden we er dus bovenop. Dat is nog eens imponerend...




De komende twee dagen zijn we in Windhoek om bij te komen van de slopende kampeertocht en daarna een week in Walvisbaai. Daarna gaat de Tour de Namibia verder!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten