maandag 19 januari 2015

Niemandië en een kapotte band in een woestijn met leeuwen

De samenvatting van onderstaand verhaal is: heel veel autouren, slechte wegen, bizar weinig mensen, fantastische landschappen, zonsondergangen en –opgangen als nergens anders te zien, onweersbuien die voor uren voor verlichting zorgen en groepen leeuwen die ons de weg versperren. Voor de lezer met de langere adem:

Na drie weken Kaapstad, waarin we heel veel van het lokale leven van de stad hebben beleefd, was het tijd voor iets nieuws. We vlogen naar Windhoek, de hoofdstad van Namibië. Daar huurden we een 4x4 met een tent op het dak, om 9 dagen in Namibië, Zuid-Afrika en Botswana. En ongelooflijke avonturen wachtten op ons.

De auto was een Toyota Hillux, een auto die in de stad wat misplaatst is, maar zodra je de stad uit bent ineens goed aanvoelt. Want in de richting waar wij opgingen ging het asfalt al snel over in gravel. Als een zachtjes schommelend schip zoefde de Toyota over de kuilen, stenen, gaten en richels. Onderweg slechts een handvol auto’s, over een afstand van honderden kilometers. Ons eerste doel was Sossusvlei, met de bekende rode zandduinen. We kwamen net op tijd voor de zonsondergang aan en daar genoten we van in volledige afzondering. Want dit land is zo ontzettend leeg! En dan is het ook nog eens laagseizoen, waardoor een ook nauwelijks toeristen zijn. Briljant! De tent was snel opgezet en de dag erop genoten we wederom volledig afgezonderd van de zonsopgang iets verderop in de vallei. Daarna beklommen we een deel van zo’n rode duin. Ze zien er groot uit en dat zijn ze ook. Maar wat een fantastische beelden geven ze! Het eindpunt van de vallei was onze eerste 4x4 ervaring in erg los zand. Een voorbode, naar later bleek.

Tina had voor de volgende nacht een camping uitgezocht die op de weg lag naar het Kgalagadi Transfrontier Game Reserve, een wildpark verspreid over de drie landen Namibië, Zuid-Afrika en Botswana  Na een kleine zandstorm te hebben getrotseerd, vonden we een totaal verlaten kampeerplek hoog op een gedoofde vulkaan. Wederom een fantastische zonsondergang en in het donker een ongelooflijke onweersbui op veilige afstand. Elke minuut ging er ergens wel een bliksemschicht richting de grond, en ik wist er eentje mooi vast te leggen.

Het wildpark is ongelooflijk groot en heeft heel veel wild. Het koste ons een paar uur om bij ons kamp te komen, en aan het eind van de middag besloten we voor een sunset-drive te gaan, een ritje door het park terwijl de zon ondergaat. Op dat moment is het heetste van dag voorbij (en het kan ontzettend heet worden hier, rond de 40 graden!) en worden de dieren actiever. We dronken koffie op een parkeerplek zonder hekken en dat voelde best eng. Maar aangezien het kennelijk heel normaal was om te doen, deden wij het ook maar. Net ingepakt en op weg naar ons kamp, kwamen we drie jachtluipaarden tegen die hun territorium aan het afbakenen waren. Nog nooit hebben we jachtluipaarden in het wild gezien en deze kwamen op enkele meters afstand voorbij. We besloten ze te volgen en een serie prachtige foto’s is het resultaat! Na een halfuur, beseffende dat we al enigszins aan de late kant waren om het hek nog te halen, besloten we door te rijden. En toen reden we midden in een groep leeuwen: vier jonkies en drie volwassenen. Wat een fantastische beesten zijn dat toch. En ongrijpbaar beangstigend op een bepaalde manier. De klauwen, de kop, het krachtige lijf, de messen als tanden... we genoten er een kwartier van toen we echt haast moesten gaan maken. Onderweg nog een prachtige uil op de foto gezet en eenmaal in het donker aangekomen bij het hek... gesloten! Oeps! Ingesloten met de leeuwen en luipaarden en wat niet allemaal. Godzijdank hadden we bereik met onze telefoons, doordat het relatief dicht bij het kamp was, maar het alarmnummer werkte niet. Na wat omwegen was de beveiliging geïnformeerd en hoorden en zagen we in de verte een auto naderen. Twee vriendelijke bewakers hielpen ons uiteindelijk het park uit.

De ochtend erop weer vroeg opgestaan, omdat we ’s nachts in Botswana zouden slapen en dat bleek een dag rijden. Niet alleen vanwege de afstand, maar vooral vanwege de kwaliteit van de weg. Of eigenlijk, het ontbreken van enige kwaliteit. Uren en uren zandweggetjes door duinen, met bosjes die hun takken tegen de auto slaan, diepe kuilen en geulen in de weg en een maximumsnelheid van rond de 40 km/u. Tamelijk gaar kwamen we aan op een kampeerplek zonder hek of iets, met de pootafdrukken van een bepaalde grote kat duidelijk op de grond. We waren totaal niet op ons gemak en besloten heel snel eten te maken en de tent in te gaan.

De ochtend erop weer op weg, zonder al te veel bijzonder wild te hebben gezien. Weer een hele dag op de weg, maar na anderhalfuur zandweg ging het ineens over op een heel mooie asfaltweg. Dat bracht ons vlakbij het Kalahari Central Game Reserve. Een immens wildpark in een woestijn waar leeuwen met zwarte manen leven. Op de camping kwam vanuit het donker ineens een klein lijfje op stokjes aanlopen: een gnoekalf dat achter was gelaten door de moeder. Tina vond als Assepoester toenadering en wist zich niet veel later omringd door een vreemd groepje dieren: een gnoekalf, twee honden en honderden vliegen en torren.


De dag erop naar het park gereden over een weg die weer van asfalt in gravel in zandgeulen overging. Na ongeveer vier uur rijden (!) waren we 175 kilometer verder bij de ingang van het park. Uiteindelijk konden we maar één nacht veroorloven, omdat ons aantal Batswana Puli ons niet meer kon bieden en ze geen andere valuta accepteerden. Hoe dan ook besloten we naar de Piper Pan te rijden, zo’n 75 kilometer verderop. Daar zouden de leeuwen moeten zitten. En na wederom twee uur ploeteren door het zand kwamen we bij een grote open vlakte aan. En vrijwel direct daarna hoorden we een vreemd geluid. De rechterachterband bleek volledig naar de Fillipijnen! Daar sta je dan, in de brandende zon in een park vol met leeuwen en een kappote band. Maar met vereende krachten wisten we de band te verwisselen in 20 minuten en waanden we ons weer veilig in onze koets. En daar lagen ze: vijf jonge leeuwen, te genieten van de avondzon. Ze vertoonden nauwelijks interesse in ons en we konden ze tot vrij dichtbij benaderen. Dat was ook direct het einde van onze avondrit en we zochten wederom een onbeschermd kampement op. ’s Nachts hoorden we hard genoeg om er geïmponeerd door te worden het gebrul van een leeuw. Alsof hij naast je stond. En dat ging tot in de vroege ochtend door, zelfs toen we volledig ingepakt naast onze auto stonden, klaar om te gaan. In het midden van de nacht klommen we naar beneden om in de auto het losgebarsten onweer op korte afstand af te wachten. Weer een hachelijke situatie: in een tamelijk open veld onder een boom in een zware onweersbui met leeuwen op gehoorsafstand... maar ook dat overleefden we. Op onze laatste rit door het park in de ochtend kwamen we vervolgens een grote volwassen mannelijke leeuw tegen, maar nog iets beangstigender was de groep jonge leeuwen die we de dag ervoor al hadden gezien ineens op de weg voor ons te zien liggen. We benaderden ze rustig, maar toen we er langs wilden rijden, stonden ze dreigend op en maakte eentje een duidelijke waarschuwende move richting de auto. Achteruit dus maar. En weer zes uur in de auto om weer bij onze camping aan te komen. 

1 opmerking: