woensdag 21 mei 2014

Van een paradijs door de hel naar Cartagena / From paradise through hell to Cartagena

De laatste dagen in Panama Stad boekten we een trip naar de beroemde paradijselijke eilanden van San Blas. Zonder gedegen vooronderzoek gedaan te hebben (onthoud dit!) namen we de boot die maar halfvol was en op woensdag zou vertekken.

Op dinsdag nam ik in mijn eentje de trein naar Colón, de noordelijke havenstad aan het Panama Kanaal. Deze trein ging over het traject dat door de Amerikaanse goudzoekers werd genomen om van de oostkust naar de westkust te reizen. Op zich een mooie rit, maar tamelijk aan de prijs: 25 dollar voor een uurtje, plus natuurlijk wat vertraging! 



Aangekomen in Colón werden we opgewacht door een Colónne taxi chauffeurs die met een geplastificeerde prijslijst aankwamen voor alles dat er te beleven was in de buurt. De Nederlandse jongen die ik op de trein had ontmoet, wilde graag naar de noordelijke sluizen van Gatun en had wat onderzoek gedaan. Er zou een bus gaan van het busstation dat op 200 meter lopen van het treinstation lag. Maar de sterke arm dacht daar anders over. Ondanks hun gebrekkige lengte, maakten agenten ons enigszins intimiderend duidelijk dat er geen bus ging naar de sluis en dat we wel een taxi moesten nemen. “Amigo, no bus!”. Wars van autoriteit liepen de twee Hollandse jongens naar het busstation (gevolgd door een politiewagen) waar we al snel uitvonden waar de bus naar de Gatun Sluizen ging. Wel nog 45 minuten wachten in een stikhete bus met alleen maar locals. En een doos met kippen. 



Tijdens het wachten werd er van alles aangeboden door mannetjes: van Gods woord tot koekjes en zaad dat je van feitelijk alle ziektes geneest. Voor 1 dollar 50 werden we netjes bij de sluis afgezet. Wel aan de verkeerde kant, maar omdat er net een gigantisch schip aankwam, moesten we dat voor laten gaan voordat we terug konden lopen. Levert wel leuke plaatjes op!
De sluizen waren groot en nog indrukwekkender dan de sluizen aan de zuidkant, te meer omdat het schip op drie meter afstand van het toeschouwersdek voer. Voor nog eens 1 dollar en 3 dollar 15 twee bussen terug naar Panama Stad genomen.

De ochtend erop was het al vroeg dag. In ons geval om 5:30u stond er een jeep voor die ons naar een haven aan de Carabische zee zou brengen. Daar begon het drama. Laten we zeggen dat organisatietalent niet een kernkwaliteit is van de Panamese Transporteurs, want we moesten verschillende adressen af en de samenstelling van de mensen in de auto veranderde voortdurend. Na heel veel geschreeuw, gebel, nog meer geschreeuw en nog meer gebel was het dan toch tijd om te gaan. Onderweg twee keer gestopt en werkelijke ALLE tijd genomen. Tijd die later door de chauffeurs werd ingehaald door als een idioot door slingerende bergweggetjes te scheuren. Bij een verkeersdrempel in de bush stond een klein huisje en moest er een extra belasting betaald worden. Ook een manier om aan je geld te komen! Toen met een motorboot via verschillende eilandjes naar de zeilboot. 68 voet lang, maar dat klopte niet. Ik heb het eens nagemeten, maar met mijn voeten was het maar 52 voet. Tina kwam tot 62 en de reisleidster zou tot 78 komen. En natuurlijk was de boot nog niet gereed, dus werden we op een eilandje afgezet om nog een kleine twee uur te wachten voordat de immigratie geregeld was en de boot klaar was om te vertrekken. We lezen 15 uur in de middag inmiddels. Uurtje varen en dat was het dan: de eerste stop voor de nacht.



De boot bleek uiteindelijk toch vol te zitten en de 12 gasten hadden samen 11 nationaliteiten. Met de bemanning kwamen we tot het volgende rijtje: Spanje (kapitein van Catalonië, gast van de Canarische Eilanden woonachtig in Chili), Argentinië, Panama (de papagaai Coco), Chili, een gepensioneerde openbaar aanklager van Brazilië, Colombia (nietsnut horende bij de kapitein), een jongen uit Mexico die veel had opgegeven voor een lange reis, een eeuwige reiziger van Engeland, Nederland, Zweden, een 72-jarige oud-directeur op wereldreis met zijn eigen auto uit Noorwegen, een Zwitsers koppel, een Australiër die huis en haard had achtergelaten om de liefde van zijn leven na 10 jaar weer te ontmoeten en een voormalig soldaat uit Israël. De eerste dag was er nog weinig aan de hand. We sprongen van de boot en konden snorkelen, het eiland verkennen (de Kuna familie die er woonde waren er als de pollos bij om een dollar per persoon te vragen) en zwemmen. De dag erop konden we op een ander eiland beachvolleyballen en nog meer zwemmen en snorkelen. ’s Avonds was er BBQ op het eiland en de sfeer was goed! De dag erna bleek dat het schema enigszins afweek van wat er in eerste instantie was verteld. We zouden niet zondag maar maandag aankomen. Inmiddels was het stuursysteem gebroken en alweer gemaakt, wat tot de nodige vertraging had geleid. De laatste dag voeren we naar een tweetal hele mooie onbewoonde eilanden waar we nog meer konden ontspannen. Let wel: uiteindelijk gingen we pas om 15h richting dat eiland, omdat de kapitein vond dat we eerst ons eten moesten verteren.





De dag van de uiteindelijke lange zeilreis vertrokken we om 15h (ze hadden iets met dat tijdtip) voor een 40 urige non-stop trip. En toen begon de ellende pas echt: de zee was ruw genoeg om iedereen in elk geval een beetje ziek te maken. Ik werd behoorlijk zeeziek, maar met behulp van reispilletjes ging het aardig. Inmiddels gingen de eerste stemmen van muiterij op, want het eten was schandalig goedkoop en slecht, de toilet moest met 16 worden gedeeld, maar schoonmaken is geen Spaans woord kennelijk en de veiligheid op het schip liet ver te wensen over. De kapitein sprak geen Engels en had zijn boot niet goed onderhouden, maar aangezien hij continue marinuana rookte voelde hij zich zwaar relaxt onder alles. De cabines waren snikheet en in het voorste gedeelte was slapen onmogelijk op open zee. Midden in de nacht bleek ons raam niet goed waterdicht te zijn, want de eerste golf zeewater plonste op mijn hoofd. Waarna er nog vele golven volgden. Bedenk dat je ligt te slapen, en dat er iemand emmers met zeewater over je heen gooit. Met alle beweging door het varen deed het me denken aan de slaven die eeuwen geleden van Afrika naar Amerika werden verscheept. Die lagen aan elkaar geklonken in het voorste gedeelte van zo’n schip zonder wat voor comfort dan ook. Maar goed, die hadden dan ook geen 550 dollar betaald.


De ochtend na de eerste navigatienacht hadden we nog 30 uur te gaan en ik wist werkelijk niet hoe ik dat zou moeten volhouden. Ik kon nauwelijks eten, het bed was doorweekt en er bleek geen einde aan te komen. Inmiddels was Tina door de reisleidster racistisch bejegend en zat er ook doorheen. Nog twee dagen en een nacht te gaan... De sfeer was onverminderd goed met de andere gasten, maar het respect naar de bemanning was tot een minimum gedaald. De Noor overwoog naar de politie te gaan bij aankomst of hem tegen de vlakte te slaan. Ik dacht toen,als het laatste doet, gebeurt het eerste daarna ook vast wel. Lees voor een volledige beoordeling van deze reis het volgende blog:



Mijn reispilletjes waren op, maar de Engelsman had nog wat extra pilletjes. Bij aankomst in Catagena ontdekte hij dat het slaappillen waren. Ach, het werkte,want ik kon in elke onmogelijke positie wat slaap pakken. Gebroken en smerig kwamen we aan in bloedheet Cartagena. 


Meer over dit mooie stadje later. Maar de douches zijn hier fan-tas-tisch en de voel beweegt niet!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten