De laatste dagen
in Panama Stad boekten we een trip naar de beroemde paradijselijke eilanden van
San Blas. Zonder gedegen vooronderzoek gedaan te hebben (onthoud dit!) namen we
de boot die maar halfvol was en op woensdag zou vertekken.
Op dinsdag nam ik
in mijn eentje de trein naar Colón, de noordelijke havenstad aan het Panama
Kanaal. Deze trein ging over het traject dat door de Amerikaanse goudzoekers
werd genomen om van de oostkust naar de westkust te reizen. Op zich een mooie
rit, maar tamelijk aan de prijs: 25 dollar voor een uurtje, plus natuurlijk wat
vertraging!
Aangekomen in Colón werden we opgewacht door een Colónne taxi
chauffeurs die met een geplastificeerde prijslijst aankwamen voor alles dat er
te beleven was in de buurt. De Nederlandse jongen die ik op de trein had
ontmoet, wilde graag naar de noordelijke sluizen van Gatun en had wat onderzoek
gedaan. Er zou een bus gaan van het busstation dat op 200 meter lopen van het
treinstation lag. Maar de sterke arm dacht daar anders over. Ondanks hun gebrekkige
lengte, maakten agenten ons enigszins intimiderend duidelijk dat er geen bus
ging naar de sluis en dat we wel een taxi moesten nemen. “Amigo, no bus!”. Wars
van autoriteit liepen de twee Hollandse jongens naar het busstation (gevolgd
door een politiewagen) waar we al snel uitvonden waar de bus naar de Gatun
Sluizen ging. Wel nog 45 minuten wachten in een stikhete bus met alleen maar
locals. En een doos met kippen.
Tijdens het wachten werd er van alles
aangeboden door mannetjes: van Gods woord tot koekjes en zaad dat je van
feitelijk alle ziektes geneest. Voor 1 dollar 50 werden we netjes bij de sluis afgezet.
Wel aan de verkeerde kant, maar omdat er net een gigantisch schip aankwam,
moesten we dat voor laten gaan voordat we terug konden lopen. Levert wel leuke
plaatjes op!
De sluizen waren
groot en nog indrukwekkender dan de sluizen aan de zuidkant, te meer omdat het
schip op drie meter afstand van het toeschouwersdek voer. Voor nog eens 1
dollar en 3 dollar 15 twee bussen terug naar Panama Stad genomen.
De ochtend erop
was het al vroeg dag. In ons geval om 5:30u stond er een jeep voor die ons naar
een haven aan de Carabische zee zou brengen. Daar begon het drama. Laten we
zeggen dat organisatietalent niet een kernkwaliteit is van de Panamese
Transporteurs, want we moesten verschillende adressen af en de samenstelling
van de mensen in de auto veranderde voortdurend. Na heel veel geschreeuw,
gebel, nog meer geschreeuw en nog meer gebel was het dan toch tijd om te gaan. Onderweg
twee keer gestopt en werkelijke ALLE tijd genomen. Tijd die later door de
chauffeurs werd ingehaald door als een idioot door slingerende bergweggetjes te
scheuren. Bij een verkeersdrempel in de bush stond een klein huisje en moest er
een extra belasting betaald worden. Ook een manier om aan je geld te komen!
Toen met een motorboot via verschillende eilandjes naar de zeilboot. 68 voet
lang, maar dat klopte niet. Ik heb het eens nagemeten, maar met mijn voeten was
het maar 52 voet. Tina kwam tot 62 en de reisleidster zou tot 78 komen. En natuurlijk
was de boot nog niet gereed, dus werden we op een eilandje afgezet om nog een
kleine twee uur te wachten voordat de immigratie geregeld was en de boot klaar
was om te vertrekken. We lezen 15 uur in de middag inmiddels. Uurtje varen en
dat was het dan: de eerste stop voor de nacht.
De dag van de
uiteindelijke lange zeilreis vertrokken we om 15h (ze hadden iets met dat
tijdtip) voor een 40 urige non-stop trip. En toen begon de ellende pas echt: de
zee was ruw genoeg om iedereen in elk geval een beetje ziek te maken. Ik werd
behoorlijk zeeziek, maar met behulp van reispilletjes ging het aardig. Inmiddels
gingen de eerste stemmen van muiterij op, want het eten was schandalig goedkoop
en slecht, de toilet moest met 16 worden gedeeld, maar schoonmaken is geen Spaans
woord kennelijk en de veiligheid op het schip liet ver te wensen over. De
kapitein sprak geen Engels en had zijn boot niet goed onderhouden, maar
aangezien hij continue marinuana rookte voelde hij zich zwaar relaxt onder
alles. De cabines waren snikheet en in het voorste gedeelte was slapen
onmogelijk op open zee. Midden in de nacht bleek ons raam niet goed waterdicht
te zijn, want de eerste golf zeewater plonste op mijn hoofd. Waarna er nog vele
golven volgden. Bedenk dat je ligt te slapen, en dat er iemand emmers met
zeewater over je heen gooit. Met alle beweging door het varen deed het me
denken aan de slaven die eeuwen geleden van Afrika naar Amerika werden
verscheept. Die lagen aan elkaar geklonken in het voorste gedeelte van zo’n
schip zonder wat voor comfort dan ook. Maar goed, die hadden dan ook geen 550
dollar betaald.
De ochtend na de
eerste navigatienacht hadden we nog 30 uur te gaan en ik wist werkelijk niet hoe
ik dat zou moeten volhouden. Ik kon nauwelijks eten, het bed was doorweekt en
er bleek geen einde aan te komen. Inmiddels was Tina door de reisleidster
racistisch bejegend en zat er ook doorheen. Nog twee dagen en een nacht te
gaan... De sfeer was onverminderd goed met de andere gasten, maar het respect
naar de bemanning was tot een minimum gedaald. De Noor overwoog naar de politie
te gaan bij aankomst of hem tegen de vlakte te slaan. Ik dacht toen,als het
laatste doet, gebeurt het eerste daarna ook vast wel. Lees voor een volledige
beoordeling van deze reis het volgende blog:
Mijn
reispilletjes waren op, maar de Engelsman had nog wat extra pilletjes. Bij
aankomst in Catagena ontdekte hij dat het slaappillen waren. Ach, het
werkte,want ik kon in elke onmogelijke positie wat slaap pakken. Gebroken en
smerig kwamen we aan in bloedheet Cartagena.
Meer over dit mooie stadje later.
Maar de douches zijn hier fan-tas-tisch en de voel beweegt niet!






Geen opmerkingen:
Een reactie posten